Runde von Uedem

6 april 2014

Tien kilometer ten zuidoosten van de Duitse grensplaats Goch, ligt het stadje Uedem op een van de hoekpunten van de Pfalzdorfer Hoogten, de noordwestelijke helft van het Nederrijnse Hoogland, verder begrensd door Nijmegen, Kleve en Kalkar. De meer dan honderd jaar oude wielervereniging RSV Sturm 03 organiseert hier al bijna vijfendertig jaar de Runde von Uedem. Hoog tijd om eens deel te nemen. Het 2300 meter lange parcours heeft de vorm van een platte ruit, met twee echte bochten, die de klim en afdaling van de zwak en gelijkmatig hellende smeltwatervlakte van elkaar scheiden. Bijna heel Nijmegen is gebouwd op een spoelwaaier, dus omgaan met  stiekem plat zoals op de Heyendaalseweg, Groesbeekseweg, ‘d Almarasweg, of Scheidingsweg ben ik reeds lang gewend. Dat is trainingsmaat Bram, die van start gaat in de Jedermann Klasse, natuurlijk ook. Bovendien is dit getraind in de LoperKoning. Hup, met de trein naar Vierlingsbeek, de pont over bij Bergen en op de fiets over de Maasduinen naar de start.

Klokslag drie uur wordt het peloton van de Hobby Klasse weggeschoten voor een koers van vijfendertig kilometer. Na de eerste driehonderd meter zwabbert een coureur met te hard opgepompte banden onderaan de rotonde uit de bocht, die nog nat ligt van de voorgaande regenbuien. Zijn schuiver levert gelukkig weinig tot geen schade op. Wel breekt het deelnemersveld direct in stukken. Als gevolg hiervan komt Bram er samen met een andere renner tussenin te rijden en dat is met de harde kopwind op de lange finishstraat vol aan de bak, maar niet anders. In goede samenwerking houden zij als duo kop over kop rijdend, lang stand tegen vijf achtervolgers, waarvan er drie uiteindelijk de aansluiting weten te maken. De andere twee zijn overboord gevlogen. Vijf ronden voor het einde voelt Bram zijn achterwiel wegschuiven en constateert dat een ongelukkig stuk zwerfmetaal zijn band heeft doorboord. Hij meldt zich netjes af bij de jurywagen en wordt afgeroepen.

Wanneer ik om vier uur ‘s middags zelf van start ga in het gecombineerde startveld van elite en amateurs zijn de wegen opgedroogd en breekt de zon door. Met een fors uitgedunde kalender en slechts een echte profploeg, zijn de Duitse semi-profs genoodzaakt ook nationale criteriums als deze in teamverband te rijden. Het eerste wat me opvalt in het peloton is dat men elkaar ertussen laat. Zo ook de weigering van een door een ploeggenoot meermaals naar voren geseinde renner om zich langs mij te wringen. Omdat geen enkele ontsnapping lang stand houdt blijft de snelheid onverbiddelijk hoog, gemiddeld 46 km/u. Gelukkig vallen er geen gaten en is het op 55×11 goed toeven tussen de hoge wielen, zelfs de spoelwaaier op. Eenmaal verlaat ik als een malloot het peloton, wel aan de voorkant, alleen inlopend op de kopgroep, maar roep mezelf tot de orde als ik gespot wordt als mikpunt, in plaats van andersom. Na een finale met zeer snelle laatste ronden eindig ik met verzuurde benen halfweg in de onvermijdelijke massasprint.

BEELDEN

MNC WV Ede

23 maart 2014

Elk voorjaar organiseert een aantal wielerverenigingen uit het KNWU district Midden de MNC competitie, waarvan de wedstrijden plaatsvinden op een van de clubparcoursen in de regio. Vandaag de beurt aan WV Ede. Eerder heb ik daar al eens gereden, maar dat was op een industrieterrein, en niet voor het clubhuis. Op de satellietfoto ontwaar ik thuis vooraf de vorm van een dubbele musketonhaak, kenmerkend voor de banen die eind jaren zeventig, begin jaren tachtig zijn aangelegd op sportparken langs de uitvalswegen, of in dit geval de spoorbaan. De korte ronde op de voormalige wielerbaan in Lindenholt kende een vergelijkbaar verloop. Een bocht van meer dan een halve cirkel een aanzetten maar, tot die aan de andere kant. De ingebouwde heuvel is minder steil en is verder van de bocht geplaatst. Bij aankomst blijkt dat besloten is een stuk parkeerterrein op te nemen, zodat de vorm van een sleutel met baard ontstaat. Op deze manier ga je als vanzelf vierkant in de rondte scheren.

Het startveld bestaat uit een dertigtal renners, meest amateurs, maar ook elite en junioren, die gezamenlijk starten. Niet wetende dat de omloop zo intensief zou zijn, zoek ik direct na het fluitje de aanval. Dit is wel wat anders dan de lange brede wegen in Oss. Het lijkt wel een full-fledged stratencriterium. Op geen enkel moment kun je rustig recht op de trappers gaan staan. Hopen dat ik überhaupt kan volgen. Het gecombineerde peloton zorgt ervoor dat het nooit stilvalt, zodat tussentijds herstellen nauwelijks gaat. Vier renners waaronder de nationaal kampioen bij de amateurs rijden weg. Door een langgerekte jacht van meer dan een half uur, waarbij ik constant aan de rekstok hang, krijgt de kopgroep echter nooit meer dan twintig seconden voorsprong. Uiteindelijk beslist een lekke band van een van de koplopers dit potje apenkooien in het voordeel van de achtervolgers. Mij rest enkel de eindsprint voor de niet afgewaaide amateurs waarin ik, door tijdig opschuiven, al zittend als vijfde eindig.

BEELDEN

Voor de twee uur durende slotrit van de uitstekend bezochte achtdelige voorjaarscompetitie op de Vorstengrafdonk in Oss, is het alweer bijna nodig bidonhouders te monteren. Een dubbel aantal graden op negen maart! Niet gedaan, maar mijn armstukken gaan wel na een kwartier definitief omlaag. Door mijn frequente deelname en vier top-tien klasseringen, ben ik op een lastig te verdedigen derde plaats in het klassement beland. De nummer zeven staat slechts drie punten achter mij, terwijl de nummer twee een voorsprong heeft van vijf punten. Alleen de kat uit de boom kijken lijkt me niet verstandig. Op goed geluk een kopgroep forceren evenmin. Wat dan wel? Laat ik eens attent rijden en meezitten waar mogelijk.

Zonder elites, junioren en nieuwelingen, die al ‘echte’ wedstrijden hebben, zoals bijvoorbeeld vandaag in Schijndel, is het verschil in niveau veel kleiner. Een langgerekt peloton loopt een aanval waar ik bijzit in. In een ingeving ga ik nogmaals op de pedalen staan. Nu begrijp ik eindelijk dat een peloton de grootste kans heeft definitief te breken, als eerst een sortering heeft plaatsgevonden. Meestal zit ik namelijk in het tweede gedeelte. Nu met twintig man vooruit, die er allemaal belang bij hebben om de ontstane voorsprong uit te bouwen. Met de wind opzij is het behoorlijk aanpoten op het kantje. Voor kopwerk heb ik te veel aan mijn hoofd.

Gaandeweg de koers zie ik steeds meer gelletjes en powerdrankjes langs vliegen. Is dit soms het nieuwe drinkontbijtje voor mannen? Opletten! Een kopgroep van vier heeft zich los gemaakt en zes renners zijn er afgewaaid. Een tegenstrever uit het klassement, wiens wiel ik monitor, gaat alleen op pad en ik kan niet volgen. Als een plaat in de Waddenzee komt hij er tussen te rijden. Met enig geluk sluit ik aan bij twee springende renners en met drie dichten we kop over kop de kloof. Door als derde van deze groep te finishen kan ik de onderste podiumtrap van het klassement veilig stellen. BKM training werkt, maar hoe precies is de vraag.

Veel raakvlakken met carnaval heb ik niet, behalve dan misschien de elf. Weer een mooie zonnige voorjaarsdag in Oss met een niet tegenvallend deelnemersveld van ongeveer zestig coureurs. De zuidenwind dwars op de lange finishstraat blaast wederom een toontje mee. Met voornamelijk amateurs aan de start verwacht ik een twee uur durende koers van regelmatig hollen en stilstaan en waarom ook niet. De arme eerste aanvallers worden genadeloos terug gereden door een enkel stel benen van de rijke. Het resultaat is een lange scheurende staart. Das pech, peloton weg. Optocht gemist en het spel op de wagen.

Hoewel ik mij al neergelegd heb bij een verblijf in de huisvaderwaaier, zie ik niet alleen dat de groep voor ons eigenlijk helemaal niet hard wegrijdt en regelmatig opbolt. Daarom probeer ik solo de oversteek te maken, wat uiteraard niet lukt, maar blijkbaar wel leidt tot een snelheidsverhoging. Na een kwartier kunnen we zowaar weer aansluiten en valt het tempo ook nog eens weg. Das mazzel. Omdat ik er niet in slaag vooraan te komen, beland ik voor de tweede keer in dezelfde situatie, wanneer de snelheid weer omhoog gaat. Gaat lekker zo. Slim is anders, want achteraan op het kantje verbruik je veel meer energie.

Op het lange stuk wind mee verhoog ik staand de snelheid en wacht net zo lang totdat ik tussen mijn benen door een aanpikkend voorwiel ontwaar. Deze keer maken we in ieder geval een stuk sneller de aansluiting, kwestie van staan & gaan. Met nog vijf ronden koers rijden een kopgroep van vier en een achtervolgend trio vooruit. Uit een stilvallend peloton neemt een renner de benen en ik glip mee. Na een tweetal ronden sluit een vijftal aan en weet het vooruitgeschoven trio ook te verschalken. In de sprint met tien man voor de vijfde plaats eindig ik als zesde op plek tien.

Trainingsrit Oss 23 feb

23 februari 2014

De laatste winterweek is aangevangen. Vanaf een maart start immers de meteorologische lente. Voor de renners en de organisatie pakt deze serie voorjaarsritten een stuk beter uit, dan die van vorig jaar, toen nauwelijks de helft doorgang kon vinden. Het weer in Nederland is nu eenmaal altijd anders. Door consequent in de laatste decade van januari de eerste rit te programmeren, nemen de organisatoren een risico, maar hebben dit jaar het gelijk aan hun zijde, zes uit zes tot nu toe.

In twee weken begint het seizoen voor de elite categorie en voor deze renners is het stilaan tijd om hun selectie af te dwingen. Met twee complete ploegen van het hoogste nationale niveau in koers, met wind van opzij, kan het niet anders dan dat het honderdkoppige peloton compleet in stukken breekt. Ik ben in ieder geval niet van plan tegen elke prijs het wiel te houden van op hol geslagen oefenprofs. Het seizoen voor de gesloten categorie amateurs begint immers pas in april. De wedstrijden zijn kort en de verschillen tussen renners klein.

Al snel beginnen gaten te vallen, die overigens nog wel te overbruggen zijn voor een amateur. Wat lastig is dat de snelheid continu hoog blijft. Een grote groep is er al afgewaaid voordat ik in een tweede plaats neem, die langzaam groeit met geloste renners uit de voorste groep. Nu zo lang mogelijk uit de greep blijven van de frontlinie. Aanvankelijk kom ik niet op kop, maar krijg op mijn falie van een junior, die dolgraag een groep verder naar voren had gereden. Begrijpelijk. Nadat we onvermijdelijk gedubbeld zijn, pik ik aan tot de laatste ronden van een aantrekkelijke koers van meer dan twee uur.

BEELDEN

Trainingsrit Oss 16 feb

16 februari 2014

Bijna voorjaar, ook in Oss. Dunne handschoenen, zonnestralen en droge bochten in de vijfde voorjaarswedstrijd op de Vorstengrafdonk. Ongeveer veertig coureurs staan aan de startlijn voor een wedstrijd over zeventig kilometer. De wind staat pal tegen in de finishstraat, die het wegrijden daar zeer lastig maakt. Op het tegenover gelegen lange stuk is de snelheid door dezelfde wind in de rug te hoog. Na het ontsnappen vanaf de start en latere korte escapades, kom ik tot de conclusie dat het tot de finale waarschijnlijk een gesloten koers zal blijven.

Na vijf kwartier in de frontlinie beland ik tamelijk achteraan het peloton. Een wedstrijd rijden zonder eten en drinken is niet altijd een goed idee. Door extern bij te voeren krijgt je lichaam snel nieuwe energie en heb je minder last van dode momenten. Als de koers ontploft tijdens een mobilisatiemoment vanuit eigen voorraden kun je zomaar gelost worden. De snelheid valt echter niet alleen bij mij weg, dus na tien minuten kan ik mij weer vooraan melden met hernieuwde krachten.

Een aantal renners slaagt er in om enkele ronden alleen vooruit te blijven, maar uiteindelijk vallen ze allemaal terug. In de finale krijgt een groep van ongeveer tien renners honderd meter speling. Ik ben wel mee, maar besluit mijn krachten te sparen voor de eindsprint, die met de wind op kop zal gaan gebeuren. Gelukkig blijft de snelheid hoog, zodat ik voor in het peloton de laatste ronde kan aanvangen en als eerste de laatste bocht door zeil. In een door anderen aangetrokken sprint weet ik door een goede positionering en een kleine jump de vierde plaats te bemachtigen.

BEELDEN

Trainingsrit Oss 9 feb

9 februari 2014

De vierde voorjaarswedstrijd in Oss brengt een loeiharde wind schuin van voren, over de lange brede finishstraat. Koud is het niet, maar het miezert zo nu en dan, zodat de bochten nat liggen met gladde putdeksels in het midden. Tijdens het inschrijven zwiept de voortent van de inschrijfcaravan vervaarlijk heen en weer. Dit belooft wat, ik train namelijk nooit onder dit soort omstandigheden. Op de Nijmeegse stuwwal staan bomen en in de polder kom ik nooit, ik fiets er alleen af en toe wedstrijden.

Het aantal inschrijvers ligt met achter in de dertig dan ook beduidend lager. Al in de eerste ronde kiest een eenzame renner het hazenpad, dwars tegen de snoeiharde wind in, een wind die je al na tweehonderd meter op kop, met de staart tussen de benen laat. Eer ik doorheb dat een plek in de waaier toch wel essentieel is en hoe je ook al weer tegen de wind in moet fietsen, zijn acht gewiekste renners vertrokken. Verkennen blijft een goed idee, maar het zou voor mij weinig verschil gemaakt hebben.

Achter de tweede waaier waar ik inzit, blijkt zich een derde gevormd te hebben, welke wij dubbelen. Naar mate de wedstrijd vordert kom ik steeds vaker op kop en merk dat op de finishstraat zeer snel wordt overgenomen. Meedraaien kost ook nog eens minder moeite, dan op het kantje. De kopgroep van acht loopt gestaag tot maximaal een halve ronde uit. Twee plekken over in de top tien. Met nog drie ronden te gaan krijg ik drie renners mee als ik tegen de wind in versnel, waarvan ik er twee alsnog weet te verrassen door de sprint vroeg aan te gaan.