BWF Kampioenschap de Blauwe Kei

Waar vorig jaar het BWF kampioenschap betwist werd op het polderparcours tussen de bonenvelden van Chaam, stond in 2011 een supersnel asfaltrondje van 1000 meter, met relatief brede wegen op het programma. Met de regen van vorig jaar, kon ook het weer niet tegengestelder, kortom: 260 keer sturen, kort optrekken en uitrollen in een stadsomgeving met lopende, droge en geveegde bochten. Dat leek me wel wat.

Aan de start van de Ronde van de Blauwe Kei stonden weliswaar 31 amateurs, maar daarvan konden slechts 9 kampioen van de Brabantse Wielerfederatie worden. Dit heeft te maken met het feit dat BWF wedstrijden, zoals het een ‘wilde bond’ betaamt, ook bevolkt worden door KNWU, TMZ, WVAN en NWB licentiehouders. Altijd een mooie mix van renners die zin hebben om die specifieke wedstrijd te rijden.

Vanaf de start werd door het peloton direct begonnen aan het spel van ontsnappen, bijhalen en stilvallen. Beter. Niks op het kantje, niks harmonica. Wel wind tegen in de finishstraat, dus de eenzame aanvallers in de eerste helft van de wedstrijd waren in het nadeel. Zelf heb ik in deze fase 3 ronden alleen vooruit gereden. Trainingsmaat B. stond namelijk klaar met zijn camera om het door hem ontworpen snelpak, met zijn naam erop op de camera vast te leggen.

Mooi, dat zat erop. Het middenstuk van de wedstrijd werd voor mij gedomineerd met volgen en de heftige intervallen door aanvallen van de gevestigde teams te overleven. Rits van mijn snel(kook)pak open en mijn helm wat losser. Tot nu toe zat ik er nog steeds bij. Wat mij dit jaar opgevallen was op de criteriumparcoursen, is dat renners deze met dezelfde rijstijl afwerkten als polderomlopen. Hier zat een mogelijkheid. Zelf rijd ik zo lang mogelijk licht en wissel ik vaak van houding met als beloning af en toe de 13.

Toen de in mijn ogen beslissende aanval vertrok ben ik er op de 11 langs het peloton met 55 km/u naar toe gereden. Ik wil alleen in een aanval zitten als ik ook wat bij kan dragen. In mijn geval is dat het snel uitbouwen van de voorsprong met hogesnelheids- kopbeurten en tussendoor herstellen. Dit gebeurde. Met 9 man los en het peloton uit zicht. Ik ging i.i.g. voor een top 10 klassering, maar tijdens het rondjes rijden realiseerde ik mij dat er slechts 3 BWF licentiehouders bij zaten.

Toen 3 andere renners ontsnapten, koos ik voor krachten sparen, ik reed immers op krediet. Ook toen de WNF kampioen (ook BWF licentiehouder) naar de 3 toe reed, moest ik passen en dit gaf ik ook bij mijn medeaanvallers aan. Ik zat aan mijn limiet en vond het wel mooi geweest. 6 ronden voor het einde kreeg ik last van kramp. Jammer dan, schoen losser en sporadisch overnemen, met de belofte de sprint als eerste aan te gaan. Achteraf was ik niet de enige met kramp, wist ik veel.

In de daguitslag eindige ik als 7e, maar van de BWF licentiehouders eindigde ik als 2e! Top 10 en ook nog podium. Uitermate tevreden. Je moet binnen je grenzen blijven, maar af en toe moet je ze ook overschrijden. Dit is goed afgelopen. Andere scenario’s: lossen uit de kopgroep, of alleen kunnen aanklampen met witte knokkeltjes. De 5 korte heuvelstrainingen van afgelopen week hebben hun effect niet gemist. Max: 59,7 km/u.