Bastenrun 2011

Wekker, opstaan, mist, een echte novemberdag. Na de douche en ontbijt op de fiets geklommen voor de Bastenrun 2011, wat geen crossloop bleek, maar een 100% verharde loop. De kortste route vanuit Groesbeek naar het dorp Ooij, loopt via Beek-Ubbergen over de Zevenheuvelenweg, volgende week het decor van de alom befaamde loop. Gelukkig is de Boksheuvel niet opgenomen in het parcours van de bankrun.

De temperatuur bleef steken op 6 graden, het was kil en mistig. Geen groene veterchip vandaag, maar een stukje folie en schuimrubber van een centimeter dik achterop het buiknummer. Dit deed me direct denken aan het uittesten van de fietschip in een stuurnummer en planken van 10 centimeter hoog, waar je dan als wielrenner met 50 km/u overheen rammelde met je snelle (dure) wielen. Elke loper 2 centimeter extra buikomvang geven is ook geen goed idee.

Het startschot klonk als een kanon en weg was iedereen. Direct tegen de dijk op de mist in door de Ooijpolder. Ik was snel gestart en kon goed meekomen met de eerste dertig lopers. Op de dijk blies de wind schuin tegen de looprichting. De kou en de heuvels op de heenweg lieten mij plafonneren. Op zo’n moment weet je dat het gedaan is. Je lichaam wordt niet moe, het blijft gewoon in spaarstand, punt.

Met wielrennen slaag ik er meestal wel in om energie te mobiliseren. Vaak juist door mee te doen aan een premiesprint. Als je eenmaal door de grens raakt, gaat de rest beter. Met hardlopen kan dit blijkbaar door het maken van kleine snelle stappen, ontdekte ik. Zo zat er in het laatste deel toch nog een versnelling in. Mijn eindtijd was met 0:21:17 niet bijzonder rap, maar wel goed voor een 12e plaats van 49 starters bij de Heren 5KM. De wind, kou en mist maakten de wedstrijd dus voor iedereen zwaar.