Ronde van Heeswijk-Dinther

Tijd voor zomer, ben niet zo’n winterkoning. Na de polderomloop in Rijsbergen in West Brabant staat vandaag de Van Esch Tour in Heeswijk Dinther op de rol. Ook hier een winderig parcours  (2300 meter) en een peloton van bijna 100 renners sterk. De voorjaarsbries zal zeker een rol gaan spelen. Trainingsritten in Oss en een avondcriterium van de VWAN in Milheze uitgezonderd, is dit mijn eerste wedstrijd in de wielerhotspot van Oost Brabant.

Bij de voorinschrijving met mijn WFN licentie had ik het nummer van mijn Flex Chip Pro doorgegeven, maar voor de zekerheid ook in mijn portemonnee gestopt. Extra eenvoudig. Aangezien ik deze chip aan de binnenkant van mijn vork gemonteerd heb, was er bij het opstellen tot tweemaal toe verwarring bij de oplettende juryleden. Stond wel mooi op de eerste rij met spierwitte geschoren benen. Na de start werd er volop gepropt om naar voren te komen. Het grootste deel van de wedstrijd heb ik tussen een derde en twee derde van het peloton gereden.

Dat het afvoeren van water in deze streek van groot belang is, merk ik aan de talrijke putten op de hobbelige grindklinkerstroken binnen de bebouwde kom. Met deze drukte is ontwijken onbegonnen werk. Paf!…daar kantelt mijn zadel naar voren door een flinke kuil. Lekker dan. Uit ervaring weet ik dat je met een beetje achterop het zadel zitten een heel eind komt en dat de stand vanzelf weer verbetert. Uit het peloton zijn 6 coureurs blijvend ontsnapt en nemen een halve minuut voorsprong. De strijd om het KNWU Amateur klassement is losgebarsten.

Het parcours is buiten de bebouwde kom smal en binnen de bebouwde kom hobbelig, maar geheel vrij van verkeersobstakels en overal slingerend. Er zitten eigenlijk maar 3 bochten in, waarvoor je in de remmen moet. De wind is aanwezig, echter relatief matig, het weer is met 20 graden prachtig. Door de jacht op de koplopers is het peloton langgerekt en plaatsen goed maken kost kracht. Toch doe ik dat, het betekent dat ik  weer een extra dosis polderwind op doe. Gaandeweg de koers laat ik me meedrijven.

Staand optrekken op souplesse gaat goed en zittend doorrammen met meer dan 50 km/u zeer zeker beter dan vorige week. Vanaf 8 ronden voor het eind werk ik me op de finishstrook langzaam en zeker naar voren. Een achtervolgende groep heeft zich losgemaakt van het peloton en rijdt weg. Mijn (finale) bijdrage aan het wedstrijdverloop bestaat uit het vanaf de pelotonskop achterhalen van deze groep. De voorsprong van de koplopers is daarnaast teruggelopen naar 12 seconden. De gemiddelde snelheid ligt tegen de 43 km/u.

In de laatste ronden loopt de kopgroep weer verder uit. Een keer ga ik mee met een springpoging, maar plafonneer en krijg het gat naar verdere uitlopers niet dicht. Het peloton kan wel profiteren en sluit de rijen. De bel..pelotonssprint dus, mhm. Met een halve ronde te gaan knalt een hele rij renners dwars over de weg. Recht uitremmen en schrap zetten. Gelukkig kon ik net op tijd stoppen tegen een gevallen renner, maar sta wel te voet. De coureur ligt op zijn rug en ik probeer hem van zijn fiets, die bovenop hem ligt, te bevrijden.

Gelukkig is hij aanspreekbaar en de bezemwagen is ook snel ter plaatse. Waarschijnlijk een gekneusde/gebroken rib of sleutelbeen. Met nog een aantal andere opgehouden renners rijd ik als 43e naar de finish. Vorig jaar werd ik in hetzelfde weekend ook geconfronteerd met een valpartij in de finale ronde als gevolg van proppen. Renners rijden door de berm en voegen in, waardoor de smalle slingerende weg ineens plaats moet bieden aan 25% meer fietser. Dit veroorzaakt een golfbeweging in het peloton welke vaak eindigt in een valpartij. Einde koers.