Trainingsroutes Groesbeek

Wielrennen betekent meer dan hard fietsen alleen. Minstens zo belangrijk is het kunnen omgaan met veranderde omstandigheden. Daarnaast moet je durven verliezen, anders kun je niet winnen. En als het dan toch tegen zit, moet je de kalmte en het vermogen hebben om robuuste investeringen te doen. Gelukkig heb ik reeds geinvesteerd in wielrennen op de Nijmeegse stuwwal. Zolang er zich geen kernramp voordoet, kleine kans zonder Kalkar en Doodewaard, blijft deze bewoonbaar. Een zware aardbeving zou nog roet in het eten kunnen gooien, of een nieuwe ijstijd, maar van zeespiegelstijging heb ik geen last.

Mijn afgeschreven wedstrijdwielset heb ik omgebouwd naar een luxe trainingsachterwiel. Van het drietal Nijmeegse KBN StraatLicht trainingsroutes heb ik Groesbeekse aliassen gemaakt voor overdag. Dit was mogelijk dankzij het door veldmetingen opgebouwde Nijmeegs Heuvelregister, waarin nu de gegevens van 170 hellingvarianten opgeslagen zijn. Genoeg te kiezen dus. En keuze is nodig, want de klimmen van het Groesbeeks Bekken hebben een ander karakter, dan die van de steilrand en spoelzandwaaier in Nijmegen Oost. Gelukkig kennen beide gebieden heuvels met een fijnmazig stratenplan.

TRGR CONSTANT WEERSTAND II 2800

Na tekenen en rekenen, was het vandaag tijd om alle drie de routes achter elkaar te testen en zonodig bij te stellen. Met 8 graden en wind was het somber en guur, maar wel droog. Mijn muts en handschoenen heb ik weer uit de kast gevist. De zwaarste route, Constant Weerstand II, was als eerste aan de beurt. Van Groesbeek over de Zevenheuvelenweg naar Berg en Dal, afdalen naar Wyler en terug naar Groesbeek. In het Groesbeeks Bekken komen geen rode stroken voor van 9 % of meer, maar bijna elke helling heeft een of meerdere oranje stroken van 6 % tot 8 % en daarnaast veel gele stroken van 3 % tot 5 %. Als je genoeg van dit soort hellingen achter elkaar schakelt, kom je een heel eind.

TRGR PRINS INTERVAL II 1800

Prins Interval kenmerkt zich door het vele draaien en keren binnen de bebouwde kom. De bedoeling is om gebruik te blijven maken van het buitenblad. Dit kan, omdat de klimmen veelal kort zijn en niet steiler dan 8 %. Het is eigenlijk een serie tussensprints met rust in de afdalingen. Ook hier iets minder zware (oranje) stroken, maar juist wel meer gele i.p.v groene. Dit komt door de afwezigheid van de drempel tussen spoelzandwaaier en stuwwal; Groesbeek ligt in het uitgeschuurde gletserbekken. Hierdoor is het isoleren van zware (oranje) stroken minder goed mogelijk en zijn de hellingen iets langer. De hellinglengtes liggen wel dichter bij elkaar.

TRGR LOPERKONING II 1100

Voor de alias van de LoperKoning heb ik gebruik gemaakt van de buitenkant van de stuwwal bij Molenhoek en Malden. Omdat de Maas eerder een bocht maakt, is de spoelzandwaaier intact gebleven, waar deze tussen Milsbeek en Mook is weggevoerd door een vroegere loop van de Rijn. Bij de LoperKoning is het maximale hellingpercentage 6 %, wat dan ook nog een uitzondering is. Op de lange flauwe hellingen is het primair de bedoeling om flink door te trappen en snelheid te houden. Naast kracht- uithoudingsvermogen is het vooral een kwestie van vertrouwen en mentaliteit. Dit laatste maakt van de, op papier, minst zware route, de lastigste.

De gemiddelde snelheden bedroegen vandaag achtereenvolgens 27,6 – 24,6 – 28,1 km/u. Het aantal hoogtemeters 260 – 260 – 200 hm.  De TRGR routes zijn een aanvulling en tegelijkertijd een goede vervanging van de KBN StraatLicht routes. Zeer tevreden met het uitgebreide palet aan geijkte trainingsmogelijkheden. Naast de TRGR routes, heb ik tegenover de reeds bestaande TRNM Kortrijk 3500, de TRNM Langrijk 1500 route ontwikkeld. Dit zijn wat langere trainingsroutes vanuit Nijmegen, om met avondlicht te rijden. De interne LoperKoning competitie, waarin ik gangmaak voor Bram, heeft voor een aantal verbeterde klimtijden gezorgd. De Nijmeegse stuwwal blijft haar AAA status houden, dat is zeker!