Kasteelronde Mill

Na de regenachtige regionale trainingswedstrijden van afgelopen weken, was het sinds eind maart dat ik in Heeswijk-Dinther mijn laatste landelijke wedstrijd afwikkelde. Ook vandaag reed ik in de wielerhotspot van Oost Brabant op een smal en kort criterium parcours, 2200 meter lengte en 6 bochten. Hoewel smal en bochtrijk, was de staat van de ronde perfect, met elk mogelijk obstakel vakkundig voorzien van stevige gele stootkussens.

Net als in Heeswijk-Dinther zou de wind een rol kunnen gaan spelen, omdat pakweg de helft van de ronde buiten de bebouwde kom loopt. Wind staat er vandaag niet en in plaats van de voorspelde 13 graden noteert mijn teller laat in de middag 20 graden. Heerlijk weer om te koersen dus. Op de online startlijst prijkten 45 renners, maar aan de start ontwaar ik er zeker 25 meer, waaronder een Duits team uit Pulheim. Opstellen in Mill gebeurt historisch verantwoord in de vorm van ‘wie het eerst komt wie het eerst maalt’.

In de wedstrijdadvertentie is een wedstrijdafstand van 60 kilometer opgegeven, de speaker zegt 65, maar in mijn ogen zijn 33 ronden om kasteel Aldendriel goed voor minimaal 70 kilometer. Dat ik deze wedstrijdafstand gefietst heb, is alweer een tijdje geleden. Bij de BWF is deze dit jaar 50 kilometer en bij de Lindenholt trainingswedstrijden de eerste weken 45 en vanaf nu 55 kilometer. Direct vanaf de start ligt de snelheid hoog en de afwezigheid van wind zorgt voor veel mobiliteit in het peloton. Plaatsen die ik win, ben ik bij het uitremmen voor een bocht ook weer kwijt. Er zit een groot aantal handige vogels bij.

Op tweederde van het peloton gestart, zit er voor mij niets anders op dan op het lange rechte stuk buiten de bebouwde kom na de enige doortrapbocht snelheid te maken. De bedoeling is om langs het peloton op te schuiven, maar omdat de snelheid hier al boven de 50 km/u ligt, zal ik minimaal 55 km/u moeten gaan. Dit lukt.  Ik realiseer mij dat dit wel extra energie kost en dat ik op dat moment meer dan 1 pk trap. Als de snelheid nog hoger wordt ga ik op dit stuk af en toe bijna tegen de 60 km/u. Van de energie die daarvoor nodig is kan elke renner van het peloton een flinke spaarlamp laten branden.

Na een kort bermuitstapje verlies ik veel gewonnen plaatsen en besluit me achteraan te posteren. Het peloton is dan al een stuk kleiner geworden waardoor het harmonica effect vermindert. Bovendien kan ik in de bochten mijn eigen lijn volgen, dit scheelt mij energie. Op driekwart van de wedstrijd  raakt een renner voor mij, in de haakse bochtencombinatie na de finish, met zijn pedaal het asfalt en schuift onderuit. Gelukkig kan ik er langs, maar moet met een tiental coureurs in mijn wiel in de achtervolging, welke ik in gang zet. Voordat ik het stokje overgeef is het gat alweer kleiner en na een tijdje kunnen een aantal renners de aansluiting weer maken bij het voortrazende peloton.

De gevallen renner ligt nog steeds op het asfalt, waardoor de jury besluit de koers een aantal ronden te neutraliseren. Daarna volgt een herstart op de streep met nog zeven ronden te gaan. Mhm, dit gaat wringen worden in de laatste kilometers, iedereen is weer uitgerust. Het op gang komen na de herstart verloopt goed en ik neem mij voor om me niet te mengen in de strijd om de eerste twintig plekken. Alhoewel er keurig gekoerst wordt, is de laatste ronde altijd het gevaarlijkst. Na het veilig uitdraaien van de laatste bocht kan ik nog een stuk of wat renners passeren, waardoor ik als 33e van de 63 gestarte renners eindig. Gem: 43,1 km/u en max 65,5 km/u.  Niet goed, maar ook niet slecht.

BEELDEN KASTEELRONDE MILL