Papendal 17 juli

Geen Nijmeegse, wel stuwwal. Daarop ligt het Nationaal Sportcentrum Papendal tussen Oosterbeek en Wolfheze op de Veluwe. Elke dinsdagavond van april tot en met augustus organiseert WV Reto Arnhem er een trainingswedstrijd op een snel en breed asfaltparcours met vier bochten en een helling. Omdat het sportcomplex hoog op de Arnhemse stuwwal ligt, op een open stuk heide, staat er meestal wind.

De combinatie van zijwind, de ‘stiekem platte’ helling en het hoge niveau van de top van het peloton, maakt dat het laatste stuk naar de finish voor de uitvallers zorgt. Na inschrijven posteer ik mij achteraan. Ik heb immers een maand geen wedstrijden gereden en zal toch even moeten wennen. Hopelijk gebeurt dit voordat ik eraf waai. Direct na het startsein vliegt de snelheid omhoog en kom ik achteraan het lange lint te rijden. Wel mooi om te zien.

Gelukkig is het met 17 graden niet te warm en regent het niet. Wel staat er zijwind op de parcoursheuvel. Na het wennen aan de geveegde! bochten besluit ik om toch wat ruimte te houden, terwijl ik op de laatste positie rijd. Na een kwartier schuif ik door de wind naar voren, maar als het later stilvalt, zorgen aansluitende coureurs voor geprop en gewring. Dan hang ik liever aan het elastiek.

Op het moment dat het peloton breekt maak ik in mijn eentje de oversteek naar het voorste deel. Later sluit het tweede deel weer aan, dus deze krachtsinspanning was niet nodig geweest. Moet je net even weten. Weer aangekomen op de laatste positie, zie ik dat de achterdeur inmiddels open staat. Sommigen blijven al lossend in de lijn van de bocht rijden, zodat je tegen de 60 km/u het ontstane gat kunt gaan dichten. Handig is anders.

Wat ik gaandeweg merk is dat de combo van Prins Interval en LoperKoning uitstekend werkt voor dit soort wedstrijden. De eerste zorgt voor het goed kunnen optrekken na bochten, het versnellen langs lossers en het niet verzuren op de steile stukken van de parcoursheuvel. De tweede zorgt voor het kunnen volhouden van een hoge snelheid, ook op het ‘stiekem platte’ deel van de parcoursheuvel. Ook al gaat het hard, ik hang er nog steeds aan.

Bij een volgende breuk in het peloton is het tijd geworden voor een aantal kopbeurten. Als ik al weer lang naar achteren ben komt het peloton weer samen. Wanneer het daarna in drie stukken breekt, komt de renner voor mij met zijn pedaal tegen de grond en maakt een schuiver. Omdat ik afstand heb gehouden, kan ik remmen. Wel moet ik met alle macht geforceerd optrekken, waardoor de kramp in mijn kuiten schiet. Kom van de voorste in de laatste groep terecht, maar alles komt later samen.

In de finale bedenk ik mij dat ik eigenlijk al een maand niet met klikpedalen gefietst heb. Ook mijn wedstrijdfiets is die tijd niet van stal geweest. Toch besluit ik de laatste kilometers naar voren te schuiven, dit lukt. Vooraan gekomen steek ik over naar de kopgroep. Ik red het wel, maar moet laten lopen, als mijn benen verdere dienst weigeren door kramp. Tijd om Constant Weerstand toe te voegen aan het trainingspalet voor wedstrijdloze periodes. Zeer tevreden.