De Berckt 7 juli

Naast reguliere trainingswedstrijden op dinsdag (TWC De Maastrappers) en donderdag (TWC Olympia), organiseert laatstgenoemde wielervereniging uit Baarlo elke woensdagavond een lange, twee uur durende training op de brede ovale ‘vliegtuigbaan’ op recreatiepark de Berckt aan de Napoleonsbaan. Met een maximumsnelheid van 38 km/u in het eerste anderhalf uur, lijkt mij deze training ook geschikt voor trainingsmaat Bram. Hup, in de trein naar Blerick met bijna 30 graden, naar het oude autoracecircuit.

Langzaam druppelen de toerders, trimmers en wedstrijdrenners binnen en beginnen rondjes te rijden op het metersbrede perfecte asfalt. Na twee euro in de pot gemikt te hebben en onze namen en e-mailadressen op de lijst te hebben geschreven, zijn we ook maar begonnen met rondjes draaien. De bedoeling is dat Bram ongeveer drie kwartier tot een uur meerijdt, aangezien dit de normale trainingstijd is. Bij zijn eerste wedstrijdervaring had ik hem uitgenodigd voor een waar klimcriterium. Op zijn checklist stond dan ook de vraag: “Zit er een heuvel in?”. Ik dacht van niet.

Na het vloeiend formeren van een peloton, reden er 60 renners keurig twee aan twee. Blijkbaar is het een ongeschreven regel dat eenieder twee ronden kopwerk op zich neemt. De maximumsnelheid van 38 km/u wordt redelijk gehandhaafd, maar de laatste drie kwartier wordt dit het gemiddelde. Toch draait Bram zijn rondjes moeiteloos mee op de grote plaat. Als ik van kop af kom, ga ik hem zoeken in het peloton. Wat blijkt? Hij rijdt gewoon zelf op kop! Zeer netjes. Na anderhalf uur gaat de snelheid definitief omhoog voor een finale van 30 minuten. Zelfs nu slaagt hij erin nog een aantal ronden aan te haken.

Bij een uitval van een lokale renner vlak na het begin van het wedstrijdhalfuur, oftewel de woensdagavondsprint, spring ik mee. Ik kom met drie renners voorop. Gezien de brede snelle baan, vraag ik mij af of het uberhaupt mogelijk is om weg te rijden. Toch blijven we een tiental ronden met twee vooruit. Nadat we zijn ingelopen ga ik nog eens aan en krijg renners mee. De achterdeur in het peloton staat intussen open. Na wat uitvallen geneutraliseerd te hebben, rijden we met zes de laatste ronde in. Bij de laatste uitval plafonneer ik en begin aan de sprint voor plek twee tot en met vier. Deze kan ik wel winnen. Finale gereden, zeer tevreden.