Nedereindse Berg 20 oktober

Alhoewel de aarde niet meer warmer is geworden sinds 1997, leek het daar vandaag wel op. Na het koude natte weer van de afgelopen weken bleek het met 17 graden tijd voor een achtergestelde droge zachte nazomerdag. De eerste cyclocrossen zijn alweer verreden en aan het wielerseizoen komt binnen tien dagen een einde. Naast blubber en noppenbanden is een minder bekend kenmerk van veldrijden dat er normaal geen verzorging is toegestaan tijdens de koers. Met andere woorden: de renners worden geacht de cross uit te rijden met de voeding en drank die ze voor de start hebben genuttigd. No finish bottles.

Sinds de Romeinse tijd is het magnetische veld van de aarde met 35 procent in kracht afgenomen en laatst werd geopperd dat een zogenaamde ‘polar shift’ sneller verloopt en meer recentelijk is voorgekomen dan eerder gedacht. Wat mij zelf is opgevallen is dat de seizoenen iets verschoven lijken te zijn, waardoor de herfst warmer is en voor mij prima geschikt om te wielrennen. Bij het veel intensievere veldrijden zou ik nu ontploffen van de warmte. De cyclocrossprofs mogen daarom in warme omstandigheden, 20 graden, in ieder geval drank aannemen. Voeding kun je plannen, vochtverlies veel moeilijker.

Normaal rijd ik altijd met oranje powerranja. Laat ik net zoals vorige week eens alleen op water fietsen. De najaarskoersen op de Nedereindseberg duren nooit langer dan 75 minuten. Ben benieuwd. Het nadeel van sportsuikerwater is namelijk dat als je eraan begint, je continu moet blijven gebruiken, omdat je anders een dip krijgt. Mhm, niet slecht bedacht van de fabrikant en nog legaal ook. Ergens zal echter de streep getrokken moeten worden. Dat ongebreideld bijlenen in plaats van aflossen tot stilstand leidt, merken we nu allemaal. Het gevaar van roofbouw. Tijd voor Auping om in te stappen, de Tour win je in je bed.

Alles valt uiteindelijk ten prooi aan de zwaartekracht. Aan deze voorspelbaarheid kleven ook voordelen. Naast dat deze prima uit te rekenen is, is deze ook nog eens universeel en constant. De laatste weken heb ik de focus van wekelijkse trainingsuren verder verlegd naar wekelijks overwonnen eenheden zwaartekracht: KBN punten. Ingebed in mijn dagelijkse bezigheden beklim ik zo in Nijmegen elke week in kleine stukjes daglichtonafhankelijk het equivalent van een halve tot een hele Alpe d’Huez. Trainingsmaat Bram doet elke zeven dagen een derde tot een halve, met een tweede Stravaplaats op de Boterberg als resultaat.

Op de Nedereindseberg staan vandaag een stuk meer coureurs aan de start dan vorige week. Best een mooi peloton voor eind oktober. Sommigen hebben er zelfs al een cyclocrosstrainingswedstrijd opzitten. Er wordt onderlangs gekoerst, een uur en daarna afsprinten per categorie. Vanaf de Nedereindseplas staat nog dezelfde wind, die later draait naar de achterkant. Na het dichten van enkele gaten kom ik al relatief snel terecht in een kopgroep van vijf man. Het oversteken van de sterkste renner blijkt beslissend. Toch moet er hard gewerkt worden om echt weg te komen. Trappen dus.

Ik kies de stukken met tegenwind om mijn bijdrage te leveren aan het uitdiepen van het gat met de achtervolgers. De latere winnaar spoort zijn medevluchters aan. De voorsprong wordt groter, maar we zijn nog niet helemaal weg. Bij een aantal tempoversnellingen om definitief weg te komen valt de kopgroep uiteen en blijf ik met een renner uit de A en een renner uit de B categorie over. Als we weg blijven is laatstgenoemde zeker van winst. We blijven weg. Aan mijn limiet was ik niet meer bij machte om mijn sterkere cat. A vluchtgenoot nog partij te bieden in de sprint. Kopgroep, tweede plaats, zeer tevreden bij gemiddeld 42 km/u.