Trainingsrit Oss 3 februari

Sinds het uitbreken van de kredietcrisis zijn de winters kouder geworden en de seizoenen grilliger. Gelukkig ligt het 2400 meter lange industrieparcours van de traditionele Osse trainingsritten op een donk. Van onderlopen, zoals op het WK cyclocross in Louisville, is hier geen sprake. Dat je op een verhoging in het landschap rijdt kun je overigens goed merken aan de meestal aanwezige wind. Deze keer pal tegen op het lange stuk naar de finishlijn. De thermometer geeft slechts enkele graden boven nul aan, maar het is prachtig koersweer.

Aan de start staan 55 coureurs klaar voor de eerste trainingswedstrijd in deze regio. De lengte van de koers zal 60 kilometer bedragen, ongeveer anderhalf uur dus. Zelf ben ik erg benieuwd hoe de switch naar een andere wintertraining heeft uitgepakt. In 2010 en 2011 overwinterde ik in het zwembad. Dit jaar niet. Wat dan wel? Door later te stoppen (Nedereindseberg) en eerder te beginnen (Oss) heb ik de rustperiode verkort. In de tussentijd heb ik mijn conditie op peil gehouden met onbewezen lantaarntrainingen in de Nijmeegse heuvels.

Met een schema van idealiter 5 x 25 minuten en 5 x 50 minuten heb ik bijna een kwart jaar geen sportinspanning van anderhalf uur gedaan. Hoe erg is dit? De gedachte is om in de overgangsperiode het verlies aan explosiviteit en weerstand zoveel mogelijk te beperken, terwijl de trainingsomvang toch afneemt. Duur is waardevol, maar kostbaar. Daarnaast is het zo dat ik niet train voor klassiekers of cyclo’s, maar voor wedstrijden tot 80 kilometer. Vandaag is het tijd om te kijken of deze benadering eigenlijk wel werkt.

Starten maar, ok daar gaan we dan. Na drie maanden niet meer op mijn geklikte wedstrijdfiets te hebben gereden, lijkt het mij raadzaam achteraan te beginnen. Hier kan ik mooi de ruimte nemen in de bochten. Een vorstwissel zit in een klein hoekje. De staat van het parcours is overigens perfect. Onder mijn helm heb ik voor het eerst een wielerpetje, waarvan de klep de laagstaande zon afschermt en de koude wind van mijn voorhoofd weghoudt. De eerste ronden zijn lastig, maar dat komt door het motto: Ik rij, suikervrij.

De eerste reden is van tactische aard. Zonder bijvoeren ga je minder snel over je grenzen, je stopt vanzelf. De strategische reden is echter doorslaggevend. Ik wil weten of, en hoe de Belvedere trainingen werken, niet hoe je je prestatie kunt verhogen met de juiste flesvoeding. De focus ligt op wat je vooraf kunt doen door middel van trainingsarbeid met behulp van klimweerstand. Na twintig minuten reed ik langs het peloton naar voren om deel te nemen aan de schermutselingen. De kopgroep was eerder al vertrokken.

Het lastigste stuk bleek de laatste korte zijde van het parcours, waar de wind dwars stond. Af en toe kon een voorgaande renner daar niet mee, waardoor ik als een speer de ontstane gaten moest stoppen om niet gelost te worden. Op de rechte strook naar de finish viel het daarna veelal stil, zodat aansluiten geen probleem werd. Wel tijd om weer eens naar voren te komen. Vanuit de kop van het peloton sprong ik vrij vaak mee met uitlooppogingen tegen de wind in. De keer dat ik dit niet deed reden naast de kopgroep nog eens drie man weg.

Deel uitmaken van zo’n groepje zag ik eigenlijk niet zitten. Dat is heel wat anders dan frequent kort meespringen, of een gat dichten. Eerst maar eens een wedstrijd uitrijden. De wintervoorbereiding was immers nog onbewezen. Op enkele ronden voor het einde kon ik met een jump tegen de wind in aan te haken bij een viertal slotaanvallers. Alleen op het stuk wind mee heb ik een keer kunnen overnemen. We bleven weg, maar een eindsprint heb ik nog niet getraind, 12e plaats. Gem: 38,5 km/u, max: 53,6 km/u. Trainingsomvang: 19 BEL.

PEDALEREN IS EEN FEEST!