Nedereindse Berg 13 en 14 april

Omwille van de logistiek rijd ik deze zaterdag de doorlopende zomercompetitie op de Nedereindseberg, prima toegankelijk met een KNWU ledenkaart, WFN of NTB licentie. De ingehaalde BWF wedstrijd Rijsbergen Oekel op zondag komt daarmee voor mij te vervallen. Geen handschoenen, muts en overschoenen, wel been- en armstukken. Hoe hoger de temperatuur, des te harder krimpt de was. Veertien graden, veel wind en elke ronde een klim van achttien meter hoog.

De A en B categorie starten tegelijk met een neutrale ronde. In de tweede omloop snijd ik de Nedereindse kunstheuvel als eerste aan en trek door, met als gevolg dat we al vroeg in de wedstrijd met drie man aan de slag kunnen. Gezien de grotere trainingsomvang van afgelopen week (22 BEL) iets om te proberen. Een lid van de kopgroep kan enkel aanpikken, de andere gaat snoeihard en ik zit er zo’n beetje tussenin. Gelukkig haalt de vluchtkapitein nog een overstekende ploeggenoot op en sluit weer aan bij de kop.

Met vier man lopen we steeds verder uit op het peloton. Af en toe sla ik een beurt over, die wordt opgevuld door de aanpikker. De vluchtkapitein en zijn ploeggenoot doen het meeste werk. Soms ontstaat er een breuk in het kwartet, maar al vrij snel zijn we helemaal uit zicht. In de finale kom ik erachter dat alle drie mijn vluchtgenoten tot dezelfde vereniging behoren. Ze gaan om en om aan. De eerste aanvallen kan ik nog pareren, maar uiteindelijk kom ik geroosterd als vierde over de finish.

Omdat het zondag mooi weer belooft te worden, trek ik nogmaals naar de Nedereindseberg. De wegen zijn echter nat en het parcours ook?! Mhm, Ik heb vandaag toch echt alleen een snelpak bij me. Net als gisteren vertrekken we met een peloton van ongeveer 25 man en dezelfde renner formeert snel een kopgroep van vijf, waar ik bij zit. Nu zit ik niet met drie, maar met vier van dezelfde kleur. Daarom besluit ik schrikkelkopbeurten te doen om nog wat jus te hebben voor de barbecue van straks.

De vluchtkapitein blijft aandringen en rijdt twee vluchters eraf, waarna hij helaas zelf ook verdwijnt met een lekke band? Hierdoor komen we als duo voorop te de rijden. Mijn vluchtgenoot zegt dat we gewoon moeten doortrappen, want misschien valt het achter ons wel uit elkaar. Goed samenwerkend blijven we inderdaad alsnog vooruit en kunnen gaan sprinten voor de overwinning. In de laatste bocht zet ik als eerste aan, haal 60,7 km/u en word overlopen. Wel een tweede plaats. BEL-training blijkt krachtduurtraining.

De eerste contouren van de verschillen in trainingsroutes beginnen zich langzaam af te tekenen. De twee afgelopen jaren reed ik met trainingsmaat Bram namelijk vaak de specifieke sprinttraining Prins Interval: veel korte steile hellingen van 100 tot 300 meter lengte. Op bijna elke helling werd er wel een sprintje uitgeperst, gevolgd door een rustpauze. Door de langere hellingen van de generieke BEL-routes is de inspanning dit jaar meer continu. Het effect op het sprintvermogen is in onderzoek.

Naast de gewijzigde trainingsroutes zijn er nog andere verschillen in vergelijking met de afgelopen twee jaar. Mijn ‘ergo’ stuur heb ik bijvoorbeeld vervangen door een ‘compact’ stuur, wat minder geschikt is om te sprinten. De sprint zelf rijd ik in de kopgroep i.p.v. het peloton en tijdens de wedstrijd gebruik ik geen suikers meer, enkel water. Waar ik eerst van november tot maart samen met Bram aan zwemtraining deed, reed ik deze winter buiten rond. Het prestatievermogen lijkt nu gelijkmatiger te zijn geworden.

BEELDEN ZOCO NEDEREINDSE BERG