Ronde van Rossum

Vijf kilometer ten oosten van Zaltbommel ligt aan de Waal het rustieke dijkdorp Rossum, vandaag het decor voor de herboren ronde. Het obstakelvrije parcours beslaat 1800 meter lengte. Over de smalle rug van de hoge Waaldijk fiets je 800 meter over winderig asfalt. Na twee kort opeenvolgende bochten op de kopse kant, fiets je onderlangs parallel aan de oeverbescherming over ruim opgezette strakke klinkerwegen terug naar de dijkwoningen. Door de haakse publieksbocht kom je weer op de netjes afgezette finishstraat op de waterkering. Onder een dreigende hemel staat een mooi deelnemersveld van bijna vijftig coureurs klaar om afgeschoten te worden voor een koers van zestig kilometer, gevolgd door een zogenaamde pasta party.

Omdat opstellen voor het terras van de Gouden Molen volgens het principe ‘wie het eerst komt, wie het eerst maalt’ gebeurt, kan ik van kop af de eerste ronde aanvangen. Na 1500 meter word ik overgenomen en draai rustig de dijk op langs de finish om de koers van een andere kant te bekijken. De klinkers blijken goed berijdbaar en de bochten goed te doen. Het zwaarste deel ligt op het tweede stuk van de dijk. Hier staat de wind links in de zij en door de smalle weg is er weinig ruimte om te schuilen. Gezien ik al mijn trainingen op de Nijmeegse stuwwal afwerk, kom ik zelden tot nooit in de polder. Het duurt dus even voordat ik het weerstandprofiel doorheb en zo licht mogelijk schakel, om windvariaties veroorzaakt door de slingering op te vangen met beentempo.

Tijdens de schermutselingen om een kopgroep te vormen ligt het tempo onveranderd hoog. Toch slagen vijf man er vrij snel in twintig seconden voorsprong te nemen en later sluit nog een zesde renner aan. Bij de voorgaande categorie zag ik een uiteengeslagen peloton en dat is voor mij ook het verwachte scenario voor deze koers. In de staart ontstaan wel regelmatig kleine breuken, maar omdat ik deze vrij gemakkelijk kan repareren, verkies ik de achterbank boven het gefriemel. Wel zo luxe. Dat ik dan wat harder op moet trekken na de bochten neem ik voor lief. Mocht het peloton onverhoopt in stukken breken dan kan ik altijd nog de oversteek wagen. Vooralsnog ziet het daar niet naar uit en de koplopers handhaven hun voorsprong van bijna een halve minuut.

Op het moment dat de koers in een rustiger vaarwater komt, schuif ik op de dijk onder een donkere hemel door de wind naar voren, om met een bliksemactie een deel van de voorsprong terug te nemen, voordat de koplopers kunnen versnellen. Door de opvolgende gang komt het peloton tot op tien seconden, maar de kopgroep is niet gek, zet aan en de controleurs nemen weer over. Coup mislukt, te weinig draagvlak, ook prima. In de finale spring ik daarom mee met uitlooppogingen en rijd ook nog een tijdje alleen voor het peloton uit, waarna ik mij opmaak voor de wringsprint naar de haakse publieksbocht. Deze kom ik heelhuids door om als 26e te finishen. Het gemiddelde bedraagt ondanks de wind 42,0 km/u en de trainingsomvang afgelopen week 12 BEL.

BEELDEN RONDE VAN ROSSUM