Papendal 21 mei

Donkere wolken, langdurige neerslag en een temperatuur beneden de tien graden. Toch staan er pakweg vijftig renners aan de start voor de RETO dinsdagavondcompetitie op Papendal. Op dit rechtlijnige asfaltparcours kan ik beter uit de voeten, dan gisteren op de achtbaan van De Zes Bochten Ammerzoden. Daar kreeg ik elke tweehonderd meter een smalle haakse klinkerbocht voor de wielen. Voor mij een mooie kans om de trainingsomvang van 21 BEL eens te testen op twee tegengestelde parcoursen. Gisteren draaide het om snelheid houden in de bochten, nu om snelheid maken na de bochten. Een wereld van verschil.

Na een vroege uitlooppoging te hebben gecounterd, bevind ik mij achteraan het peloton, als ik een tweede uitval ontwaar. Hup naar voren op de finishheuvel, om aan kop de achtervolging in te zetten op een stevig pedalerend duo. De voorsprong loopt niet verder op, maar wordt ook niet veel kleiner. Ik blijf wel voorin meedraaien. Clubgenoten van de uitlopers beginnen zich aan kop te melden. Toch maar een extra beurt doen dan. Een nieuw tweetal scheidt zich af. Tijd om zelf over te steken. Hiervoor voer ik de snelheid langzaam op, opdat ik niet, zoals vaker, eenzaam tussen peloton en aanvallers beland.

Na een ronde jagen tel ik nog maar een renner in mijn wiel. Ik vraag hem kort over te nemen wat hij gelukkig doet. Op de finishstrook wissel ik hem weer af en schreeuw naar de twee achtervolgers dat er hulp op komst is. Op het moment van aansluiten arriveren nog twee overstekers, zodat we met zes renners in de achtervolging kunnen op de kopgroep van twee. Hoewel, een van de latere overstekers dicht zelf in een verschroeiend tempo, in twee ronden, de complete kloof met de kopgroep, met de rest in zijn wiel. Even valt het stil, maar al snel draaien we met een kopgroep van acht rond.

Door de goede samenwerking in de kopgroep is het peloton al snel uit zicht. Iedereen doet zijn beurten en er zijn geen serieuze uitlooppogingen. Mijn eigen bochten gaan niet fantastisch, maar dit compenseer ik door aan te zetten op de rechte stukken. Na een tijdje begin ik het koud te krijgen en besluit met mijn armen te zwaaien, waarop ik attent een jasje krijg aangeboden van een vluchtgenoot. Niet nodig, maar toch bedankt. Gelukkig heb ik dankzij mijn winteroverschoenen geen koude voeten. Zo sluiten we na een uur dus weer aan bij het peloton, waarvan de B categorie gaat afsprinten.

Oppassen nu, want meestal maakt een deel van de kopgroep gebruik van de eindsprint van een andere categorie om zelf weer te ontsnappen. Dit gebeurt niet, zodat de complete A groep minus uitvallers de laatste ronden ingaat. Vier man plaatsen een slotaanval welke ik met behulp van een overnemer met mijn laatste energie neutraliseer. Een eindsprint zit er niet meer in. Ik eindig als achtste met een gemiddelde snelheid van 41,0 km/u en een maximum van 53,5 km/u. Verschillen in uitslagen van de vijftien gereden wedstrijden in 2013 kunnen nu al voor 31 % verklaard worden door BEL.