Ronde van Hoeven

Vijftien graden en regen zet de verlate schaapscheerderskoude in perspectief met de loeiwarme midweekse dagen en nachten boven de twintig graden. De organisatie van de Ronde van Hoeven schotelt de veertig coureurs een driehoekige omloop van vier kilometer voor, vorig jaar het decor voor het BWF kampioenschap. Of Avanti de tegenwind op de tweede strook speciaal bestelt weet ik niet, maar wat ik wel weet is dat wegkomen met een paar renners op dit parcours een enorme inspanning vereist.

De stort en startregen wacht ik af onder een boom en, hoewel ik armstukken aan heb, vind ik het ronduit koud. Het KNMI prefereert fris. De eerste enigszins bochtige strook staat de wind in de rug, voorzichtig de hoek om tegen de wind in, waarna de wind in de zij blaast. Omdat er acht ronden lang premies verreden worden, blijft de koers gesloten. Enkel alleenstaande aanvallers krijgen enige ruimte. Als ik met de wind in de rug gebruik maak van de opgedane snelheid, draai ik single de tegenwindstrook op.

Staand op de pedalen en zo aerodynamisch mogelijk blijf ik wel vooruit, maar verbruik zo veel energie dat aanzetten met de wind in de zij niet van de grond komt. Te zwaar. Alle andere eenzame aanvallers is vandaag hetzelfde lot beschoren, zelfs de BWF Houdini’s. Twee goed samenwerkende renners lukt het op driekwart van de koers wel. Een samenhangende achtervolging komt niet tot stand. Omdat ik nog voorin zit, sprint ik, nadat ik vooraf om mijn middel gegrepen ben, toch naar de 15e plek.

In de aanloop naar de eindsprint is het voor een deel van het peloton niet ongebruikelijk net zo lang te mieren tot men op de gewenste plek zit. De weg heeft echter een beperkte breedte en met je handen aan het stuur mag veel. Ik vind dat het link wordt wanneer je je handen gebruikt om je een weg te banen. Dit heb ik de bewuste renner meteen na de finish in niet mis te verstane woorden duidelijk gemaakt. Later in de permanence heb ik hem alsnog de hand kunnen schudden. Wel koers, geen valpartij.