Daags na de Tour Boxmeer

Op het warmst van de warmste (34 °C) dag, tot nu toe deze zomer? <– terug van weggeweest, laat ik mij voor even vrijwillig opsluiten tussen de hekken in de Ronde van Boxmeer. Het twee kilometer lange parcours door de drempelvrije dorpskern telt zeven bochten en bestaat voor de helft uit asfalt en de helft uit glimmende centrumklinkers. De noodzakelijke paaltjes zijn verzonken, maar door het midden van de koopstraat loopt wel een natuurstenen goot. De prachtige geweven rugnummers zijn een verademing boven de gangbare stugge PVC plakkaten. Je zou bijna zelf een set nummers bestellen. Even kijken welk nummer je krijgt en wisselen maar.

Opstellen gebeurt in de volle zon op inschrijving, oplopend per vijf. Met rugnummer vijfenzestig op een smal deux-a-deux parcours kun je twee dingen doen. Je wringt je vol gas vanaf de start direct naar voren, of je accepteert dat je de slag waarschijnlijk mist. Al na drie ronden maakt de beslissende ontsnapping van later acht aanstalten. Het peloton rijdt minder lang hard dan normaal en ook vele malen netter. Ik denk dat het merendeel zich realiseert dat je criteriums als deze niet alleen voor jezelf fietst, maar vooral voor het publiek. Zelfs bij de amateurs staan bijna vijfhonderd toeschouwers langs de hekken. De terrassen zitten vol. Daags na de Tour next level.

Omdat alle premies door de kopgroep worden opgestreken, bestaat de koers voor mij hoofdzakelijk uit het snel passeren van uit de rij sturende coureurs die het tempo niet meer kunnen bijbenen. Fatsoenlijk inhalen is verder alleen mogelijk op de finishstraat. Het moeilijkste van een bruisend centrumcriterium vind ik het continu geconcentreerd blijven in de bochten. Naar mate de koers vordert, gaan de meesten meer stuurfouten maken, terwijl ze minder energie hebben deze te corrigeren. Ik besluit dat mijn winst daar ligt vandaag. Al is het maar om te voorkomen dat je door je medecoureurs wordt opgegeven voor het programma “Help! Mijn buurman is stuurman.”

Onverwacht breekt het peloton als het voorste linie op de gedachte komt toch op jacht te gaan naar de kopgroep, die inmiddels veertig seconden voorsprong heeft. Hierop verlaat ik de achterkant om op 55×11 in het ontstane gat te springen. Met een aantal renners maken we de aansluiting, waarna het stil valt en de rest van het peloton weer kan bijsluiten. Met nog tien ronden op het bord kan het aftellen naar de sprint voor plaats negen beginnen. Intussen heb ik bedacht dat ik graag bij de eerste twintig wil rijden, wat met een getrapte eindsprint, waarin ik deze keer niet wordt ingehaald, precies lukt. Daarna snel de kooi uitklimmen om de kopgroep te zien finishen.

BEELDEN DAAGS NA DE TOUR