Ronde van Oosterhout Gld.

Gelukkig minder warm dan de vorige editie toen met 32 graden en een fikse wind de Ronde van Oosterhout a/d Waal verreden werd. Geen klimmen, wel bij Nijmegen. Als ik samen met trainingsmaat Bram over de dijk onder de nieuwe Waalbrug van Nijmegen naar Oosterhout peddel, kom ik tot de conclusie dat de in mijn beleving immer aanwezige rivierwind een break heeft genomen. Moet kunnen, maar dit betekent wel dat het in de ronde opgenomen stuk over de waterkering niet tot een schifting zal leiden. Geen zorgen, er is altijd nog de zwaartekracht. Als die een pauze neemt, heb je hele andere zaken aan je bol dan het rijden van een wielercriterium, I guess. Zwaartekracht heb je 24/7 tegen en, als jouw discipline geen downhill heet, maar naar de naam wielrennen luistert, wil je die ook liever niet pal mee hebben.

Op het klimmetje tegen de hoge Waaldijk valt vandaag een bergprijs te verdienen voor de renner die het vaakst als eerste boven komt. Op de top heeft zelfs een heuse klimcommissaris plaats genomen in de persoon van een KNWU jurylid dat jarenlang de competitie op de wielerbaan van Lindenholt mogelijk heeft gemaakt. Aan de startlijn staan ongeveer 60 coureurs geduldig klaar voor 70 kilometer wedstrijd over het rechthoekige 1800 meter lange parcours, naar de dijk en van de dijk. Ik vind het met 23 graden en een wolkzon enigszins klam. Hoewel ik laat was met inschrijven is de organisatie zo vriendelijk geweest om mij zonder extra kosten als WFN bijschrijver op de KNWU startlijst te plaatsten. Dit betekent wel achteraan opstellen, maar dat had ik anders ook gedaan. Met het luiden van de bel wordt het peloton op gang geschoten.

In mijn herinnering is de tweede bocht na de finish met een inkomend paaltje het krapst, en dit blijkt nog steeds het geval. Vorig jaar stond ik hier op de stoep geparkeerd doordat aldoor wringende renners er ook nog een andere lijn op na hielden. Ronde aan de broek. Even voor de zekerheid checken of deze mogelijkheid om uit te wijken nog steeds bestaat en dit is zo. Al snel merk ik echter dat er heel anders, veel netter, gekoerst wordt. Goede zaak. Voor mij is dit een indicatie van het niveau van de wedstrijd en niet de inhoud van de premiepot voor ‘vrijwilligers op wielen’. Voor een partijtje kluitjeswielrennen kun je overal terecht op zondag. Door het relatief smalle parcours en het peloton constant op een lint is opschuiven niet evident. Het handhaven van positie is niet mijn sterkste kant, toch rijd ik niet achteraan.

Plaatsen goedmaken gaat het beste op de derde, lange parcourszijde buiten de bebouwde kom langs de maisvelden. Op het andere lange stuk, de beklinkerde finishstraat, is dat door de verkeersremmers en de dalende lijn lastiger. Zonder wind wegrijden met twee man ook, blijkt als een kopduo dat je normaal niet snel terug ziet tot aan de finish toch ingelopen wordt. Tussentijds ben ik vooraan beland en weet me in een van de premiesprints te plaatsen. Daarvoor ga ik even op pad met drie man, maar dat is geen lang leven beschoren. Zou de koers eindigen in een massasprint? Nee, een vijftal weet een aantal ronden voor het einde een paar honderd meter voorsprong te bemachtigen. Aanvankelijk goed geplaatst, rijd ik in de pelotonssprint van de dorpsronde van Oosterhout naar een 21e plaats bij Nijmegen.