Resultaten BEL-T 2013

Een van de doelstellingen uit het Sportplan 2013 is bijdragen aan de trainingsleer door het valideren van het Belvedere trainingsmodel met behulp van wedstrijdresultaten. Het model gaat uit van het meten van trainingsbelasting door wekelijks de BEL-waarden van de trainingen op te tellen, de wekelijkse klimkracht. De voorspelling is dat ik enkel door het afleggen van vooraf bepaalde routes met heuvels mijn wedstrijdresultaten kan beïnvloeden. Ik train dus enkel op de klimkracht van de routes en niet op gemiddelde snelheid, afgelegde afstand, trainingsuren, hoogtemeters of hartslaggrafieken. De percentielscore van de uitslag bepaalt het wedstrijdcijfer. Aangenomen wordt dat verschillen in wedstrijduitslagen voor maximaal de helft rechtstreeks te herleiden zijn naar verschillen in training. Een correlatie hoger dan 0,7 duidt op een onderliggende factor zoals bijvoorbeeld vorm, die beiden beïnvloedt.

WEDSTRIJDCATEGORIE

Klasse Zwaarte D Zwaarte C Zwaarte B Zwaarte A Totaal
Cijfer 7,66 5,80 5,78 5,08 6,86
BEL 15,07 14,97 13,24 11,57 14,56
Correlatie 0,44 0,13 0,35 -0,94 0,37
Aantal 20 7 3 3 33

Het merendeel van de in 2013 gereden wedstrijden waren zogenaamde trainingswedstrijden. Hiervoor heb ik het hardst getraind en ook de beste resultaten behaald. Het leuke van Cat IV koersen is dat je naast amateurs, ook tegen elite, beloften en junioren rijdt. De samenhang met training is hier het grootst, wat de naam direct verklaard. Dit jaar ben ik ook in 3 wedstrijden uit de hoogste klasse (elite) gestart, wat mij goed bevallen is. De voorzichtigheid met trainingsbelasting zat er voorafgaand aan zo’n koers blijkbaar goed in gezien de tegengestelde relatie met de uitslagen van de wedstrijden. Klasse 3 en 2 staan voor nationale wedstrijden sportklasse/amateurs en amateurs. In deze gesloten koersen spelen premies, ploegentactiek en stuurvastheid een doorslaggevende rol.

SOORT PARCOURS

Parcours Woonwijk Sportpark Industrie Buitengebied Totaal
Cijfer 5,80 8,48 6,12 5,36 6,86
BEL 13,53 16,87 11,73 14,20 14,56
Correlatie -0,24 -0,04 0,21 0,64 0,37
Aantal 8 13 7 5 33

De parcoursen van de Nedereindse Berg bij Utrecht, Papendal bij Arnhem en de Berckt bij Venlo liggen me goed. Deze hebben weinig bochten en snel asfalt. Van alle koersen heb ik hiervoor kennelijk het meest getraind, de beste resultaten, maar zonder samenhang. Op de industriewegen van de Vorstengrafdonk in Oss en het Moleneind in Breda kan ik doorgaans ook prima uit de voeten. Dat kwam dit jaar minder uit de verf. De meest kenmerkende samenhang is die van wekelijkse klimkracht en prestaties in omlopen buiten de bebouwde kom, vaak in de polder. Niet de klimmen maar de wind zorgt daar voor de te overwinnen weerstand. Bij de criteriums binnen de bebouwde kom geldt dat naast conditie, techniek en ervaring een grote rol spelen. Alleen trainen op uithouding is hiervoor niet genoeg.

AANTAL DEELNEMERS

Deelnemers 1 tot 20 21 tot 40 41 tot 60 61 tot 100 Totaal
Cijfer 8,40 6,87 6,71 5,47 6,86
BEL 17,02 16,63 13,60 9,96 14,56
Correlatie -0,70 0,50 0,20 -0,40 0,37
Aantal 7 11 8 7 33

In een koers met minder dan 20 deelnemers gelden andere wetten. De kansverdeling is er een zonder terugleggen. Net een loterij. Wil je niet afhankelijk zijn van de plooi van het moment dan zal je zelf aan de bak moeten. Elke plaats verschil heeft grote invloed op de uitslag. Tactiek en de korte sprint spelen een grote rol. Ook hier valt veel training gemiddeld samen met een hoog gemiddeld wedstrijdcijfer. Blijkbaar kun je ook te veel trainen en is er sprake van een naar rechts steil aflopende curve. De niet weergegeven standaarddeviaties zouden een tipje van de sluier op kunnen lichten. De bijdrage van de wekelijkse klimkracht aan de resultaten in een standaardkoers waar tussen de 20 en 40 renners starten is met 25% vrij behoorlijk. De massasprint in een groot deelnemersveld is verder niet mijn sterke punt.

WEDSTRIJDAFSTAND

Afstand 50 km 60 km 70 km 80 km Totaal
Cijfer 7,63 7,02 6,19 4,00 6,86
BEL 15,48 15,30 11,28 10,63 14,56
Correlatie 0,09 0,26 0,93 0,70 0,37
Aantal 10 17 3 3 33

Hoe korter de afstand, des te beter het resultaat, meer training, maar wederom een kleinere samenhang. De 3 80 kilometerkoersen betreffen 2 trainingswedstrijden op de Vorstengrafdonk in Oss en het elitecriterium in Elden. Na die afstand is het behalen van een goede klassering in de massasprint vaak afhankelijk van hoe fris je nog zit. De gedane trainingsarbeid kan hier goed van pas komen, als je die gedaan hebt tenminste. Blijkbaar speelt de kans op een goede klassering een rol in de moeilijkheid van de routes die ik kies in de week voorafgaand aan een wedstrijd. In 2013 benaderde ik landelijke wedstrijden meer als een evenement, waarbij deelnemen belangrijker is dan winnen. Mijn 2 overwinningen boekte ik in trainingswedstrijden.

CONCLUSIE EN VOORUITBLIK

Een voor 2013 gesteld doel is het onderzoeken van de vraag of ik met het afleggen van vooraf bepaalde routes met specifieke heuvels mijn wedstrijdresultaten kan beïnvloeden. Ja, dit kan waarschijnlijk wel, maar niet rechtstreeks. De trainingsmethode in haar geheel heeft geleid tot 20% hogere wedstrijdcijfers bij een afname van het aantal trainingsuren met bijna 20%. Typerend is dat ik in geen enkele wedstrijd over het hele jaar gelost ben. Het is maar net waar je vertrouwen in hebt. De resultaten bieden dus genoeg aanwijzingen om in 2014 verder te verdiepen, en wel met BKM training, gebaseerd op BKM scores, welke met behulp van dijken, tunnels en viaducten ook toepasbaar zal gaan zijn in vlakke gebieden. Niet iedereen woont per slot van rekening op de Nijmeegse stuwwal.