BKM training

Het een jaar lang uitvoeren van BEL-training heeft duidelijk gemaakt dat uren en kilometers weinig zeggen, trainen draait voor mij om intensiteit. Daarom train ik sinds een aantal jaar enkel in de heuvels. De intensiteit van een route is afhankelijk van de zwaarte van de klimmen en hoe ver deze van elkaar liggen. Om de trainingsarbeid te bepalen zal ook de gemiddelde snelheid meegenomen moeten worden. Hiervoor is de BKM formule ontwikkeld, die de behaalde gemiddelde snelheid afzet tegen de zwaarte. Per week doe ik tussen de zeventig en honderd kilometer BKM Training met een gemiddelde van twintig tot vijfentwintig kilometer per uur.

Naam Hoogte Afstand Stijging Klimlengte WTR WPK
Veldtweg 300 19000 1,58 6400 2165 114
Quackweg 234 16600 1,41 6000 1438 87
Gronspech 169 10680 1,58 4300 1052 98
Altstadt 138 10320 1,34 2700 853 83
Terugweg 168 13580 1,24 5000 862 63
Heenweg 155 13200 1,17 4600 823 62

BKM trainingsroutes zijn korter en compacter dan Infra, Ultra en BEL-T routes, waardoor in dezelfde tijd nog meer trainingsarbeid mogelijk is. De lichtste heeft 60 WPK en de zwaarste bijna 120 WPK. Bijna alle BKM-T routes zijn voorzien van straatlantaarns. Training voor het deelnemen aan regionale wedstrijden hoeft op deze manier niet veel tijd in beslag te nemen. Overdag uren achtereen in het zadel is hiervoor helemaal niet nodig.

Normaal wordt een gedegen basis gelegd met duurtraining op lage snelheid en weinig weerstand, waar later interval- en snelheidstraining aan worden toegevoegd. BKM Training kent dezelfde lage snelheid, maar een continu variabele weerstand door natuurlijke intervallen zonder wedstrijdsimulatie op de openbare weg. De gemiddelde snelheid op een traject leidt tot een klimprestatie gemeten in BKM. Deze waarde wordt getest als maat voor trainingsarbeid, met als doel een duurzame conditie. De snelheidscomponent komt aan bod in trainingswedstrijden.

Een derde plaats in het eindklassement van de trainingsritten Oss is alvast een zichtbaar resultaat, dat samenhangt met deze training. BKM training blijkt eenvoudig te realiseren, maar voorziet niet in de benodigde explosiviteit voor bochtige rondjes om de kerk zoals gebruikelijk bij nationale criteriums. Het lijkt erop dat het zelflimiterend effect ten koste gaat van de prestatie (uitslag) op zichzelf, maar wel zorgt voor een groter herstelvermogen, waardoor op simpele wijze meer intensieve kilometers korter op elkaar mogelijk zijn, zonder progressieve overbelasting. Dezelfde effecten dus als krachttraining en duurtraining, maar een stuk minder tijdrovend.