Trainingsrit Oss 9 maart

Voor de twee uur durende slotrit van de uitstekend bezochte achtdelige voorjaarscompetitie op de Vorstengrafdonk in Oss, is het alweer bijna nodig bidonhouders te monteren. Een dubbel aantal graden op negen maart! Niet gedaan, maar mijn armstukken gaan wel na een kwartier definitief omlaag. Door mijn frequente deelname en vier top-tien klasseringen, ben ik op een lastig te verdedigen derde plaats in het klassement beland. De nummer zeven staat slechts drie punten achter mij, terwijl de nummer twee een voorsprong heeft van vijf punten. Alleen de kat uit de boom kijken lijkt me niet verstandig. Op goed geluk een kopgroep forceren evenmin. Wat dan wel? Laat ik eens attent rijden en meezitten waar mogelijk.

Zonder elites, junioren en nieuwelingen, die al ‘echte’ wedstrijden hebben, zoals bijvoorbeeld vandaag in Schijndel, is het verschil in niveau veel kleiner. Een langgerekt peloton loopt een aanval waar ik bijzit in. In een ingeving ga ik nogmaals op de pedalen staan. Nu begrijp ik eindelijk dat een peloton de grootste kans heeft definitief te breken, als eerst een sortering heeft plaatsgevonden. Meestal zit ik namelijk in het tweede gedeelte. Nu met twintig man vooruit, die er allemaal belang bij hebben om de ontstane voorsprong uit te bouwen. Met de wind opzij is het behoorlijk aanpoten op het kantje. Voor kopwerk heb ik te veel aan mijn hoofd.

Gaandeweg de koers zie ik steeds meer gelletjes en powerdrankjes langs vliegen. Is dit soms het nieuwe drinkontbijtje voor mannen? Opletten! Een kopgroep van vier heeft zich los gemaakt en zes renners zijn er afgewaaid. Een tegenstrever uit het klassement, wiens wiel ik monitor, gaat alleen op pad en ik kan niet volgen. Als een plaat in de Waddenzee komt hij er tussen te rijden. Met enig geluk sluit ik aan bij twee springende renners en met drie dichten we kop over kop de kloof. Door als derde van deze groep te finishen kan ik de onderste podiumtrap van het klassement veilig stellen. BKM training werkt, maar hoe precies is de vraag.