Runde von Uedem

Tien kilometer ten zuidoosten van de Duitse grensplaats Goch, ligt het stadje Uedem op een van de hoekpunten van de Pfalzdorfer Hoogten, de noordwestelijke helft van het Nederrijnse Hoogland, verder begrensd door Nijmegen, Kleve en Kalkar. De meer dan honderd jaar oude wielervereniging RSV Sturm 03 organiseert hier al bijna vijfendertig jaar de Runde von Uedem. Hoog tijd om eens deel te nemen. Het 2300 meter lange parcours heeft de vorm van een platte ruit, met twee echte bochten, die de klim en afdaling van de zwak en gelijkmatig hellende smeltwatervlakte van elkaar scheiden. Bijna heel Nijmegen is gebouwd op een spoelwaaier, dus omgaan met  stiekem plat zoals op de Heyendaalseweg, Groesbeekseweg, ‘d Almarasweg, of Scheidingsweg ben ik reeds lang gewend. Dat is trainingsmaat Bram, die van start gaat in de Jedermann Klasse, natuurlijk ook. Bovendien is dit getraind in de LoperKoning. Hup, met de trein naar Vierlingsbeek, de pont over bij Bergen en op de fiets over de Maasduinen naar de start.

Klokslag drie uur wordt het peloton van de Hobby Klasse weggeschoten voor een koers van vijfendertig kilometer. Na de eerste driehonderd meter zwabbert een coureur met te hard opgepompte banden onderaan de rotonde uit de bocht, die nog nat ligt van de voorgaande regenbuien. Zijn schuiver levert gelukkig weinig tot geen schade op. Wel breekt het deelnemersveld direct in stukken. Als gevolg hiervan komt Bram er samen met een andere renner tussenin te rijden en dat is met de harde kopwind op de lange finishstraat vol aan de bak, maar niet anders. In goede samenwerking houden zij als duo kop over kop rijdend, lang stand tegen vijf achtervolgers, waarvan er drie uiteindelijk de aansluiting weten te maken. De andere twee zijn overboord gevlogen. Vijf ronden voor het einde voelt Bram zijn achterwiel wegschuiven en constateert dat een ongelukkig stuk zwerfmetaal zijn band heeft doorboord. Hij meldt zich netjes af bij de jurywagen en wordt afgeroepen.

Wanneer ik om vier uur ’s middags zelf van start ga in het gecombineerde startveld van elite en amateurs zijn de wegen opgedroogd en breekt de zon door. Met een fors uitgedunde kalender en slechts een echte profploeg, zijn de Duitse semi-profs genoodzaakt ook nationale criteriums als deze in teamverband te rijden. Het eerste wat me opvalt in het peloton is dat men elkaar ertussen laat. Zo ook de weigering van een door een ploeggenoot meermaals naar voren geseinde renner om zich langs mij te wringen. Omdat geen enkele ontsnapping lang stand houdt blijft de snelheid onverbiddelijk hoog, gemiddeld 46 km/u. Gelukkig vallen er geen gaten en is het op 55×11 goed toeven tussen de hoge wielen, zelfs de spoelwaaier op. Eenmaal verlaat ik als een malloot het peloton, wel aan de voorkant, alleen inlopend op de kopgroep, maar roep mezelf tot de orde als ik gespot wordt als mikpunt, in plaats van andersom. Na een finale met zeer snelle laatste ronden eindig ik met verzuurde benen halfweg in de onvermijdelijke massasprint.

BEELDEN