Nedereindse Berg 2 november

Nog steeds mediterrane temperaturen op 52 graden noorderbreedte, halfweg tussen Nice en Lillehammer op de rand van de poolcirkel. Zou het een metereologische naheffing of bijtelling zijn? Je weet maar nooit hoe de wind waait in het moerasmodel. Op de Nedereindse Berg pal tegen over de plas en we rijden onderlangs. Vrij snel komen negen A’s los van het dertigkoppige peloton. Met gigantische propellers in de vlucht vrees ik in de gehaktmolen te belanden van de U-trechters. Knopen tellen en een beetje sparen. Er vallen continu gaten, dus dat valt tegen. Nog voor het peloton achterop gereden wordt, weten de drie sterkste renners zich los te weken. De achtergebleven zes, waaronder ik, dubbelen het peloton, maar worden vervolgens weer achterop gereden door het driemanschap. In de slotfase blijf ik een keer te lang zitten bij een breuk, waardoor er nog twee anderen tussenuit knijpen. De sprint voor de zesde plaats weet ik echter wel in mijn voordeel te beslechten. Door de tegenwind is de behaalde gemiddelde snelheid met 38,71 km/u een stuk lager dan gebruikelijk.