Nedereindse Berg 18 & 19 april

Na een flink aantal opeenvolgende regenweekenden en een doordeweekse, niet door het KNMI erkende, orkaan, schijnt de zon als nooit tevoren. Hup, in de trein naar de Nedereindse Berg, waar elke zaterdag om 13.00 uur een koers van start gaat. Zoals gewoon op zaterdagen rijden de A en de B samen. Trainingsmaat Bram kan tactisch aan de slag in de C categorie. Tot drie keer toe doe ik een uitlooppoging om een breuk te forceren, echter zonder resultaat. Bij het oversteken naar de wel ontstane kopgroep, schieten twee renners uit mijn wiel, maar aanpikken is een brug te ver. Het waait behoorlijk en ik ben van plan morgen nogmaals af te reizen naar de Berg. Bram rijdt zijn wedstrijd netjes uit. In de laatste ronden neutraliseer ik enkele aanvallen, om bij de laatste op het steilste stuk van de Berg uit het wiel te schieten, waarna ik als eerste eindig van de achtervolgende groep.

Zondagochtend is het om 8 uur wederom zonnig, maar het zou me niets verbazen als de Groesbeekse heuvels zijn bezocht door vorst aan de grond. Beenstukken aan dus. A en B rijdt apart vandaag, beide zo’n twintig renner sterk. Na de drie vruchteloze aanvallen van gisteren besluit ik nu wel voorin te blijven, maar enkel mee te sluipen met uitbraken, om de beslissende af te wachten, of over te steken. De wind houdt zich bij uitzondering opvallend stil. Tijdens het oversteken naar een kansrijke uitloop van vier renners, passeer ik enkele terugvallers, maar plafonneer als een in mijn wiel meegeslopen renner een professionele jump plaatst bergop. Das pech, kopgroep weg. Na mezelf mee te hebben laten drijven in het peloton, ram ik in de laatste ronde zo hard mogelijk de helling op. Omdat slechts een renner boven uit mijn wiel tevoorschijn komt, kan ik, zonder te hoeven jakkeren, uitrollen naar een zesde plek.