Nederrijnse Opbergtheorie

Col de Collage

Klimmen in de Lage Landen blijft pappen en nathouden. Geen enkele heuvel in Nederland is hoog, zwaar of lang genoeg om ook maar in de verte dienst te doen als zelfstandige training. Eigenlijk geldt dit fenomeen voor Holland in zijn algemeenheid. Want wat doe je met ontelbare reepjes land gescheiden door water? Die voeg je samen tot polder, bestuurd door een model van waterschappen dat inpoldert tegen hoogwater. En strookjes helling? Die figureren in de praktijk slechts als modellandschap in een folder. Als je land kunt winnen uit moeras, moet het ook mogelijk zijn een berg te winnen uit glooiing. Hoe benader je zoiets in de praktijk?

Montem Batavorum

Een klassieke vraag is of het Oppidum Batavorum een enkele grote heuvelstad betrof, of verwees naar een ketting van kleine dorpen verspreid over de beschikbare hoogtes in het rivierengebied. Een kern op een heuvelrand succesvol vervangen door een rand van heuvelkernen, is een benadering van Randstadformaat. Kwestie van Bataafs verbinden. Nikè Terpstra als Principes Montem Batavorum? Hoewel een Batavus Nexus nooit een Colnago zal worden, zijn de principes van Bataafs schakelen nuttig bij het omvormen van meerdere heuvels tot de mythische berg Alpe du Hexe. Geen hoogte zo Hollands als een Col de Collage bijgenaamd Montem Batavorum of Nederrijnse Berg.

Nederrijnse Berg

Vlak bij het vemeende Batavodurum in Nieuwegein is op een van de vuilnisbergen een wielerbaan aangelegd met een hoogteverschil van 13 meter. De helling luistert naar de naam Col de Hans Spekman. Met een parcourslengte van 2200 meter wordt deze heuvel in een koers ongeveer 25 maal bedwongen. Gezien de snelheid van 40 km/u bij een wedstrijd kom je met 25 * 13 = 325 hoogtemeters al vlug aan een heuse Eiffeltoren. Dit staat gelijk aan tweemaal de Zevenheuvelenweg op en neer over een afstand van 16 km. En dat allemaal op een zelf opgeworpen afvalterp in een polder. Een Montem Batavodurum waar je u tegen zegt, maar geen Alpe d’Huez. Vanaf 4 rondes kun je met de route Mons den Agt bij Nijmegen wel de complete Alpencol benaderen op diverse aspecten.

Zeven Upbergen

Eeuwenlange inspanning onder de noemer ‘Dat Land Komt Er’ heeft slechts geleid tot tijdelijk land. Een polderstelsel dat bestaat bij de gratie van continue bemaling. Zo bezien is Nederland een pop up land van zeven afgescheiden provinciën, waar men in zeven sloten tegelijk kan lopen. Dat laatste kan rond Nijmegen alleen bij de Sieben Quellen. Je kukelt niet van zeven kleffe tegelijk en kunt er hooguit een mijl op Zevelich gaan. Afgezien van een enkel fort is de stuwwal al die tijd vooral gebruikt als stapel brandhout. Waar in gezamenlijk beheer de polder floreerde, eindigde het hoogland in een kale woestijn. Elders kwam men er zelfs samen niet uit. Geen landschapsverkiezingen en markgraven meer voor Nederland. Staatsbosbeheer heeft de puinhopen van acht eeuwen groen mogen opbergen.

Pop Upladen

Heuvellandschappelijke zaken die in al die jaren wel van de grond kwamen waren de Neolithische grafheuvels (-800), Romeins aquaduct (100), Burcht Mergelp (1000), Klever Gärten (1650), Kronenburgerpark (1880), Heilig Landstichting (1911), Bergspoor Mooi Nederland (1913), Goffertpark (1939), Zevenheuvelenweg (1953) en Skibaan Molenhoek (1984). De rest betreft ontgrondingen of vuilnisbelten. De kunstalp in Molenhoek was geen lang leven beschoren. De meest succesvolle creaties als het Bergspoor Mooi Nederland en de Zevenheuvelenweg zijn samenstellingen tot een geheel dat groter is dan de som der delen. Een concentraat van reeds aanwezige elementen. Stop met na-alpen. Start met opbergen, zoals inpolderen. Het opbergmodel als route naar een authentieke Nederlandse Berg.

Op Zeven gaan

De eerste stap is de fietsformule voor exploitatie van hooggebergtes niet langer als de maat der dingen zien en de rest als opmaat. De Noord-Europese Laagvlakte kent nu eenmaal geen hoge bergkammen met diep ingesleten kloofdalen, maar wel stuwwallen met tongbekkens, smeltwaterdalen en hellingen die door rivieren ondermijnd zijn. De vlakte is er opgekreukeld in een serie van drempels. De kloof tussen de met hoogte en stijging geschatte klimwaarde (KLI) en de werkelijke klimwaarde (WTR), blijkt in de nabije Zevenheuvelen 2,4 keer groter dan op de verre berg Alpe d’Huez. Om de binnenlandse routezwaarte correct te schatten kan de opbergfactor (OPB) van de eminente Alpe d’Huez (1,25) maar beter gemixt worden met die van de groezelige Zevenheuvelenweg (1,60).

Klimwaarde berekenen

Bij het samenstellen van een binnenlandse klimroute zul je in eerste instantie vooral oog hebben voor het totale hoogteverschil (h). Je hebt zo zicht op de te leveren arbeid, maar omdat de omstandigheden niet bekend zijn, weet je nog heel weinig over de inspanning die het kost om die arbeid te leveren. Door het hoogteverschil (h) te delen door de lengte (L) verkrijg je de gemiddelde stijging. Hoe die stijging verdeeld is staat er niet bij, maar het geeft een indruk. Als je beschikt over de stijgingen per honderd meter kun je het gemiddelde stijgingspercentage (s%) van de steilste helft van het hoogteverschil berekenen. Tel je dit op bij het gemiddelde stijgingspercentage (%) en vermenigvuldig je de som met het hoogteverschil (h), dan weet je de totale klimwaarde (WTR), maar de renners maken de koers.

Inspanning inschatten

Om de gemiddelde intensiteit van een route te bepalen deel je de klimwaarde (WTR) door het aantal kilometers. Nu heb je de klimsterkte (ALP). Dit is een maat voor hoe snel de klimmen elkaar opvolgen. Een andere benadering is om de klimspanning (HVT) te berekenen. Hiervoor deel je de klimwaarde (WTR) tot de macht twee door de hoogte tot de macht twee. Dit zegt iets over de steilheid van het klimwerk. De klimpedantie (OPB) is de klimspanning (HVT) gedeeld door de klimsterkte (ALP). Voor de klimkracht (STR) vermenigvuldig je de klimwaarde (WTR) met de klimpedantie (OPB). Het klimvolume (ZWI) is het product van de klimwaarde (WTR) en de inverse klimpedantie (BPO). Grease it up like Johnny Stravolta and obliviate Newton. De Zwitsalp blijft nog even opgeborgen.

Good practices collages

1) Wat doe je met ontelbare reepjes land gescheiden door water? Die voeg je samen tot polder. En strookjes helling?

2) Oppidum Batavorum: een enkele stad, of een bundel van dorpen verspreid over hoogtes in het rivierengebied?

3) Zevenheuvelen: een bepaald aantal bergen, of een landschap van ondefinieerbare heuvels?

4) Alpe du Hexe: een enkele col, of een collage van ontelbare dwergbergen op heksentoer?

Formules Nederrijnse Opbergtheorie
Klimspanning → Heuvolt (HVT) = 5 * WTR2 / h2
Klimsterkte → Alpere (ALP) = 1000 * WTR / L
Klimpedantie → Opberg (OPB) = 0,005 * WTR * L / h2
Klimkracht → Stravolta (STR) = 0,000005 * WTR2 * L / h2
Klimvolume → Zwitsalp (ZWI) = (WTR2 / L) / (WTR2 / h2)