Parcours Nedereindse Berg

Nedereindse Berg 29-7 en 30-7

De hoogste tijd voor een dubbel weekend. Wel zaak om de energie te verdelen over beide wedstrijddagen. Zowel zaterdag als zondag staan pakweg tien renners klaar bij de A’s. Met redelijk veel wind, dreigende wolken, maar een prima temperatuur gaan de koersen van start. In de eerste ronde besluit een eigenwijze renner onderlangs te rijden, zodat het hele veld direct uit elkaar ligt. Wachten bij de streep en aansluiten. Verder in de wedstrijd kom ik als duo voorop, maar na een aantal ronden besluit ik te mikken op mijn sprint en laat me uitzakken. In de spurt verras ik de anderen door vroeg aan te gaan en kan doorrijden tot de streep. Op zondag ga ik niet voluit, maar eindig toch halverwege het deelnemersveld. Als training klim ik op een groot verzet.

Nedereindse Berg 10-7

Ongeveer vijftien renners staan aan het vertrek bij de A-categorie en met een heuse Nedereindse strippenkaart in de knip ben ik klaar om te trainen op de Berg. De dag ervoor heb ik samen met trainingsmaat Bram van Rens het Volverde principe in de praktijk gebracht op de Campusbaan. Aanzwengelen tot 45 km/u en staand doortrekken. Hij staat nu op plaats 20 van de 2000 renners. Per ongeluk kom ik in de kopgroep. Mijn laatste koers is de Kasteelronde van Mill, pakweg twee maanden geleden, dus ik spreek af dat zij podium rijden en ik aanhaak. Zo kan ik zien dat mijn vluchtgenoten pas gaan staan op het moment dat ze vertragen op de helling. Ik begin al eerder.

Nedereindse Berg 8-4

Na een aantal weken Volverde training is ook trainingsmaat Bram van Rens klaar voor een bezoek aan de Nedereindse Berg. Hij zal de sprint van zijn groepje in ieder geval wel weten te winnen, kan ik alvast verklappen. Ongeveer twintig renners staan aan de start bij de A-categorie, die rustig aan begint. Net als een paar andere renners plaats ik enkele aanvallen op het tweede deel van de Col de Hans Spekman, maar deze halen niets uit. In de eindsprint raakt een oververmoeide coureur aan 50 in ’t uur de heg in de afdaling, schuift diagonaal over de baan en neemt een aantal renners mee. Ik klap hard maar gecontroleerd tegen het asfalt en wandel weg met een pleister. Geluk gehad.

Nedereindse Berg 2-4

Meestal rijd ik op zaterdag op de Berg, maar nu, drie uur vroeger, een keer op zondag. De koers breekt eigenlijk meteen los met opeenvolgende demarrages en doortrekken op kop. Het oversteken naar een aanvaller loopt wonderwel gesmeerd, maar als iets te mooi lijkt om waar de zijn, dan is dat meestal ook zo. Ik blaas de motor op en waai er een half uur later vanaf. Het lijkt alsof Volverde training ergens een automatische begrenzer op non-actief zet. Alles heeft zo zijn bijwerkingen en beperkingen. Voortaan iets meer rekeningrijden en pas in de eindsprint het volledige vermogen aanspreken. Feit is dat de Nederrijnse Opbergtheorie getest kan worden op de Nedereindse Berg.

Advertenties