Evenementen 2016

Klever Radrennen

Spekglad tijdens 18. Klever Radrennen, in de tweede bocht al dwars op de baan. Renner van @TWCtVerzetje schaarde zelfs op een recht eind. Naheffing van de Duitse wielerbond. Ook dat is een Europa. Gelukkig hebben we de foto’s nog.

Beelden

Deze slideshow heeft JavaScript nodig.

Bike Challenge Giro Gelderland

In het kader van de Giro Gelderland organiseert de Stevensloop als side-event een korte tijdrit van 400 meter op de Voerweg in het centrum van Nijmegen. Dit wordt sprinten tegen de Strava mannen om de Slotberg tussen de St. Nikolaaskapel en de Belvedere door. Tot aan 5 januari, toen de regen begon, heb ik structureel kunnen trainen op de Nachtslot routes, maar daarna werd het ronduit onregelmatig. De tijd heb ik gebruikt om een aantal, afgelopen jaren opgemerkte, fenomenen, zoals klimspanning, te verklaren in het Opbergmodel. Trainen in de heuvels van Nederland. Van de week een aantal keer de route Bruurweg ’16 verlegd door, in plaats van de Grotestraat en Lindenberg, de Voerweg te bestijgen. Dit wordt de kleine 42T plaat, zeker als een pijnlijk koude-windoor zich donderdag aandient. Binnen foute ansichtkaarten tekenen dan maar, totdat het wegtrekt. Omdat de zon schittert en het kort is, van start gegaan. Gemiddeld 37 km/u op 4 seconden van de winnaar. Beelden door trainingsmaat Bram van Rens.

Beelden
Advertenties

Kasteelronde van Mill

Prima weer in de vijfde Kasteelronde van Mill. Deze keer ook met een zogenaamde Funklasse. Een wedstrijd over 35 kilometer bedoeld voor wielrenners zonder licentie, woonachtig binnen een straal van 25 kilometer. Hier staat trainingsmaat Bram aan de startlijn. Het peloton bestaat uit bijna 60 renners, die de eerste ronden geneutraliseerd afleggen. Hierna schiet de snelheid omhoog naar soms boven de 40 km/u gemiddeld. Bram komt ertussen te rijden, maar vindt later aansluiting bij een achterop komende groep en rijdt de koers reglementair uit. Klassen zijn bij wielrennen tamelijk arbitrair, maar het onderscheid kan naar mijn mening wel degelijk gemaakt worden door de afstand. Een verdeling van 35-50-65, of 30-50-70 kilometer werkt prima. De Funklasse bestaat al langer bij het mountainbiken en is daar een groot succes.

Na de 50 kilometer van de Sportklasse, staan om 16.00 uur 45 Amateurs klaar voor 65 kilometer koers. Omdat de meeste renners in april en mei hun piek plannen, verwacht ik een wedstrijd, die toch af en toe stilvalt. Het is al een stuk minder warm dan rond het middaguur, maar de wind staat iets tegen in de finishstraat. Een ontsnapping komt desondanks vrij snel tot stand. In het relatief kleine peloton kan ik goed volgen, ook als er af en toe een flinke snok aan gegeven wordt. Later kan ik mezelf naar voren wurmen op het smalle parcours en een kleine bijdrage leveren in de achtervolging. Op drie ronden voor het einde smelt alles weer samen. Op de bel van de laatste ronde plaats ik op enige afstand van een andere renner, een slotaanval. Met een halve ronde te gaan wordt ik bijgehaald door het peloton, maar weet toch nog als 24e te finishen.

BEELDEN

Runde von Uedem

Tien kilometer ten zuidoosten van de Duitse grensplaats Goch, ligt het stadje Uedem op een van de hoekpunten van de Pfalzdorfer Hoogten, de noordwestelijke helft van het Nederrijnse Hoogland, verder begrensd door Nijmegen, Kleve en Kalkar. De meer dan honderd jaar oude wielervereniging RSV Sturm 03 organiseert hier al bijna vijfendertig jaar de Runde von Uedem. Hoog tijd om eens deel te nemen. Het 2300 meter lange parcours heeft de vorm van een platte ruit, met twee echte bochten, die de klim en afdaling van de zwak en gelijkmatig hellende smeltwatervlakte van elkaar scheiden. Bijna heel Nijmegen is gebouwd op een spoelwaaier, dus omgaan met  stiekem plat zoals op de Heyendaalseweg, Groesbeekseweg, ‘d Almarasweg, of Scheidingsweg ben ik reeds lang gewend. Dat is trainingsmaat Bram, die van start gaat in de Jedermann Klasse, natuurlijk ook. Bovendien is dit getraind in de LoperKoning. Hup, met de trein naar Vierlingsbeek, de pont over bij Bergen en op de fiets over de Maasduinen naar de start.

Klokslag drie uur wordt het peloton van de Hobby Klasse weggeschoten voor een koers van vijfendertig kilometer. Na de eerste driehonderd meter zwabbert een coureur met te hard opgepompte banden onderaan de rotonde uit de bocht, die nog nat ligt van de voorgaande regenbuien. Zijn schuiver levert gelukkig weinig tot geen schade op. Wel breekt het deelnemersveld direct in stukken. Als gevolg hiervan komt Bram er samen met een andere renner tussenin te rijden en dat is met de harde kopwind op de lange finishstraat vol aan de bak, maar niet anders. In goede samenwerking houden zij als duo kop over kop rijdend, lang stand tegen vijf achtervolgers, waarvan er drie uiteindelijk de aansluiting weten te maken. De andere twee zijn overboord gevlogen. Vijf ronden voor het einde voelt Bram zijn achterwiel wegschuiven en constateert dat een ongelukkig stuk zwerfmetaal zijn band heeft doorboord. Hij meldt zich netjes af bij de jurywagen en wordt afgeroepen.

Wanneer ik om vier uur ’s middags zelf van start ga in het gecombineerde startveld van elite en amateurs zijn de wegen opgedroogd en breekt de zon door. Met een fors uitgedunde kalender en slechts een echte profploeg, zijn de Duitse semi-profs genoodzaakt ook nationale criteriums als deze in teamverband te rijden. Het eerste wat me opvalt in het peloton is dat men elkaar ertussen laat. Zo ook de weigering van een door een ploeggenoot meermaals naar voren geseinde renner om zich langs mij te wringen. Omdat geen enkele ontsnapping lang stand houdt blijft de snelheid onverbiddelijk hoog, gemiddeld 46 km/u. Gelukkig vallen er geen gaten en is het op 55×11 goed toeven tussen de hoge wielen, zelfs de spoelwaaier op. Eenmaal verlaat ik als een malloot het peloton, wel aan de voorkant, alleen inlopend op de kopgroep, maar roep mezelf tot de orde als ik gespot wordt als mikpunt, in plaats van andersom. Na een finale met zeer snelle laatste ronden eindig ik met verzuurde benen halfweg in de onvermijdelijke massasprint.

BEELDEN

Ronde van Oosterhout Gld.

Gelukkig minder warm dan de vorige editie toen met 32 graden en een fikse wind de Ronde van Oosterhout a/d Waal verreden werd. Geen klimmen, wel bij Nijmegen. Als ik samen met trainingsmaat Bram over de dijk onder de nieuwe Waalbrug van Nijmegen naar Oosterhout peddel, kom ik tot de conclusie dat de in mijn beleving immer aanwezige rivierwind een break heeft genomen. Moet kunnen, maar dit betekent wel dat het in de ronde opgenomen stuk over de waterkering niet tot een schifting zal leiden. Geen zorgen, er is altijd nog de zwaartekracht. Als die een pauze neemt, heb je hele andere zaken aan je bol dan het rijden van een wielercriterium, I guess. Zwaartekracht heb je 24/7 tegen en, als jouw discipline geen downhill heet, maar naar de naam wielrennen luistert, wil je die ook liever niet pal mee hebben.

Op het klimmetje tegen de hoge Waaldijk valt vandaag een bergprijs te verdienen voor de renner die het vaakst als eerste boven komt. Op de top heeft zelfs een heuse klimcommissaris plaats genomen in de persoon van een KNWU jurylid dat jarenlang de competitie op de wielerbaan van Lindenholt mogelijk heeft gemaakt. Aan de startlijn staan ongeveer 60 coureurs geduldig klaar voor 70 kilometer wedstrijd over het rechthoekige 1800 meter lange parcours, naar de dijk en van de dijk. Ik vind het met 23 graden en een wolkzon enigszins klam. Hoewel ik laat was met inschrijven is de organisatie zo vriendelijk geweest om mij zonder extra kosten als WFN bijschrijver op de KNWU startlijst te plaatsten. Dit betekent wel achteraan opstellen, maar dat had ik anders ook gedaan. Met het luiden van de bel wordt het peloton op gang geschoten.

In mijn herinnering is de tweede bocht na de finish met een inkomend paaltje het krapst, en dit blijkt nog steeds het geval. Vorig jaar stond ik hier op de stoep geparkeerd doordat aldoor wringende renners er ook nog een andere lijn op na hielden. Ronde aan de broek. Even voor de zekerheid checken of deze mogelijkheid om uit te wijken nog steeds bestaat en dit is zo. Al snel merk ik echter dat er heel anders, veel netter, gekoerst wordt. Goede zaak. Voor mij is dit een indicatie van het niveau van de wedstrijd en niet de inhoud van de premiepot voor ‘vrijwilligers op wielen’. Voor een partijtje kluitjeswielrennen kun je overal terecht op zondag. Door het relatief smalle parcours en het peloton constant op een lint is opschuiven niet evident. Het handhaven van positie is niet mijn sterkste kant, toch rijd ik niet achteraan.

Plaatsen goedmaken gaat het beste op de derde, lange parcourszijde buiten de bebouwde kom langs de maisvelden. Op het andere lange stuk, de beklinkerde finishstraat, is dat door de verkeersremmers en de dalende lijn lastiger. Zonder wind wegrijden met twee man ook, blijkt als een kopduo dat je normaal niet snel terug ziet tot aan de finish toch ingelopen wordt. Tussentijds ben ik vooraan beland en weet me in een van de premiesprints te plaatsen. Daarvoor ga ik even op pad met drie man, maar dat is geen lang leven beschoren. Zou de koers eindigen in een massasprint? Nee, een vijftal weet een aantal ronden voor het einde een paar honderd meter voorsprong te bemachtigen. Aanvankelijk goed geplaatst, rijd ik in de pelotonssprint van de dorpsronde van Oosterhout naar een 21e plaats bij Nijmegen.

Rund ums Tönnissen Center

Deelgenomen aan een snelle koers (46 km/u) met ongeveer 80 starters, waaronder veel bijschrijvers uit Nederland. Uitgereden en gefinished als 35e. Voor mij de 5e deelname aan de goed georganiseerde en drukbezochte Klever Radrennen, maar voor het eerst op het hoogste niveau. Daarna staat je gezicht dus zo. Hoewel? Op de heenweg vanuit Groesbeek heb ik aan de achterkant van de Bresserberg stijgend asfalt gespot dat nadere bestudering vraagt. In een soms tegen de 60 kilometer per uur voortrazend peloton, heb ik verder vooral diverse achterwielen van mijn voorgangers gezien. Dat er netjes gereden werd kwam met name tot uitdrukking in de bochten, tijdens de korte regenbui tussendoor en het feit dat er zonder neusophalen werd overgenomen, toen ik het in mijn hoofd had gehaald om aan kop een ontsnapping in spé de nek om te draaien en de stoom uit mijn oren kwam. De koers eindigde in een massasprint op de oplopende spoelwaaier voor de bijna 100 meter hoge Bresserberg.

BEELDEN RUND UMS TONNISSEN CENTER

Daags na de Tour Boxmeer

Op het warmst van de warmste (34 °C) dag, tot nu toe deze zomer? <– terug van weggeweest, laat ik mij voor even vrijwillig opsluiten tussen de hekken in de Ronde van Boxmeer. Het twee kilometer lange parcours door de drempelvrije dorpskern telt zeven bochten en bestaat voor de helft uit asfalt en de helft uit glimmende centrumklinkers. De noodzakelijke paaltjes zijn verzonken, maar door het midden van de koopstraat loopt wel een natuurstenen goot. De prachtige geweven rugnummers zijn een verademing boven de gangbare stugge PVC plakkaten. Je zou bijna zelf een set nummers bestellen. Even kijken welk nummer je krijgt en wisselen maar.

Opstellen gebeurt in de volle zon op inschrijving, oplopend per vijf. Met rugnummer vijfenzestig op een smal deux-a-deux parcours kun je twee dingen doen. Je wringt je vol gas vanaf de start direct naar voren, of je accepteert dat je de slag waarschijnlijk mist. Al na drie ronden maakt de beslissende ontsnapping van later acht aanstalten. Het peloton rijdt minder lang hard dan normaal en ook vele malen netter. Ik denk dat het merendeel zich realiseert dat je criteriums als deze niet alleen voor jezelf fietst, maar vooral voor het publiek. Zelfs bij de amateurs staan bijna vijfhonderd toeschouwers langs de hekken. De terrassen zitten vol. Daags na de Tour next level.

Omdat alle premies door de kopgroep worden opgestreken, bestaat de koers voor mij hoofdzakelijk uit het snel passeren van uit de rij sturende coureurs die het tempo niet meer kunnen bijbenen. Fatsoenlijk inhalen is verder alleen mogelijk op de finishstraat. Het moeilijkste van een bruisend centrumcriterium vind ik het continu geconcentreerd blijven in de bochten. Naar mate de koers vordert, gaan de meesten meer stuurfouten maken, terwijl ze minder energie hebben deze te corrigeren. Ik besluit dat mijn winst daar ligt vandaag. Al is het maar om te voorkomen dat je door je medecoureurs wordt opgegeven voor het programma “Help! Mijn buurman is stuurman.”

Onverwacht breekt het peloton als het voorste linie op de gedachte komt toch op jacht te gaan naar de kopgroep, die inmiddels veertig seconden voorsprong heeft. Hierop verlaat ik de achterkant om op 55×11 in het ontstane gat te springen. Met een aantal renners maken we de aansluiting, waarna het stil valt en de rest van het peloton weer kan bijsluiten. Met nog tien ronden op het bord kan het aftellen naar de sprint voor plaats negen beginnen. Intussen heb ik bedacht dat ik graag bij de eerste twintig wil rijden, wat met een getrapte eindsprint, waarin ik deze keer niet wordt ingehaald, precies lukt. Daarna snel de kooi uitklimmen om de kopgroep te zien finishen.

BEELDEN DAAGS NA DE TOUR

Ronde van Oosterhout Gld.

Prachtig weer en een mooie ronde van 1800 meter met een vinnige klim tegen de Waaldijk. Wel warm. Bijschrijven met WFN licentie was geen probleem. In totaal 62 starters, strobalen bij alle obstakels en maar liefst twee speakers. Vooral de klim tegen de dijk en de rivierdijk zelf, bleken te zorgen voor afvallers. Zelf kon ik vanuit de laatste positie van het peloton steeds opschuiven als een Pacman mannetje. Met nog acht ronden te gaan knalden echter twee renners uit de tweede bocht. Rechtdoor en de stoep op lukte gelukkig prima, maar stond wel goed geparkeerd. Game over, safety first.

Omdat een renner van de Sportklasse een strobaal geraakt had, werd de wedstrijd voor de Amateurs ingekort van 33 naar 27 ronden. De eerste 6 ronden zijn daarom in toertempo afgelegd. Zo kon ik de klim tegen de dijk mooi inschatten, daar lossen zou namelijk niet best zijn in zo’n pak. Wat ik zag is dat lang niet iedereen gemakkelijk omhoog ging. Iets om rekening mee te houden, omdat je niet bovenaan stil moet komen te staan, terwijl je vol in de wind de dijk opdraait. Met een 55T blad voor was het nodig achter de 19T krans te raadplegen om snelheid te maken tegen de top. Ruimte laten op een korte steile helling heb ik geleerd met cyclocrossen.

Het lastigste stuk van het parcours was naar mijn mening het lange rechte deel naar de dijk toe. De snelheid lag hier standaard boven de 50 km/u, maar langs de maisvelden was het tevens het mooiste stuk. Ben trouwens wel liefhebber van half dorp/half veld rondes. Ze combineren de beste elementen van een criterium (veel passages, publiek) en een omloop (snelheid, vrijheid). Als je daar een kort waaierstuk over de dijk aan toevoegt, krijg je met klim en lange afdaling, als renner helemaal niet het gevoel dat je alleen maar rondjes aan het draaien bent. Een uitstekende uitwerking van een dijkdorpronde, complimenten voor de bouwer.

Mijn gemiddelde snelheid met een ronde minder was 43 km/u, de maximumsnelheid dijkaf tegen de 70 km/u. Uiteindelijk ben ik als 45e geklasseerd van de 62 starters en 46 finishers. Onder de veroorzaker van de valpartij, die alle ronden vergoed blijkt te hebben gekregen. Belonen de wielerreglementen coureurs die hun fiets kapot rijden i.p.v. gevaar te ontwijken? Ja, het credo blijkt: liever een los wiel, dan een wiel lossen. In de voetbalsport is dit al 15 jaar verleden tijd doordat de spelers zelf het spel stilleggen: van ziekenhuiskoers naar scheidsrechtersbal. Dit staat overigens los van deze wielerronde, die ik heb opgeslagen bij mijn favorieten.

BEELDEN