Nedereindse Berg 10 november

Het kan dan november zijn, koud is het niet, wel somber en miezerig. De afgelopen twee zaterdagen heb ik niet gereden, maar ondanks de stil gelegde stoomreactor, heb ik doordeweeks op de verlichte hellingen van de Nijmeegse straatlichtring bladvrij kunnen trainen. De plaatselijke reguliere club is opgeheven en op het wielerparcours wordt voornamelijk met verfpistolen geschoten. Wat nog altijd meevalt gezien de lokale drama’s met geestelijke en wereldlijke gezagsdragers.

Hoe dan ook ben ik blij om te gast te mogen zijn op de Nedereindseberg. De koffie is warm, de cola is koud en de douches zijn weer actief. Wel is het zaak om in Nijmegen bij te dragen aan wedstrijdmogelijkheden. Maar dit terzijde. Terwijl de linten van de veldrijwedstrijd nog werden weggehaald, stond de jongste deelnemer al met helm en overschoenen klaar om zijn hardrijkunsten te vertonen. Dit heeft iedereen die meereed geweten.

Het leuke aan trainingswedstrijden vind ik dat je met allerlei soorten renners door elkaar rijdt. In de A categorie zijn dit junioren, beloften, elite en (master) amateurs. Zo sprak ik in de kleedkamer een coureur die nu al in opbouw is met twee volle werkdagen per week aan training. Je moet het maar aankunnen. Het zaterdagmiddagpeloton ging rap van start. Ik merkte al vrij snel dat het mij vandaag niet ging lukken om weg te komen.

Na een half uur koers ontstond er wel een kansrijke kopgroep, waar ik bij had moeten zitten. Op kop dus in de achtervolging. Op het stuk wind tegen vroeg ik om steun, die ik later kreeg van een renner die op zijn crosser meedeed. Gelukkig konden we na zijn kopwerk met het peloton aansluiten bij de koplopers. Het tempo viel even weg en de latere uitlooppogingen werden tot de laatste ronden stuk voor stuk in de kiem gesmoord.

In de finale kwam ik, na zittend versnellen op de koffiemolen, met twee renners voorop te rijden. De latere winnaar maakte van de aanzet gebruik om een gat met het peloton te slaan. Ik zei dat ik mee zou draaien. Vanaf de kant werd geroepen om door te gaan, wat we deden. Een renner maakte nog knap in zijn eentje de oversteek, waardoor we met vier man de laatste ronde ingingen, op de hielen gezeten door de achtervolgers.

De duurrenner in opbouw plaatste halverwege een slotaanval, ik kon mee in zijn wiel. Toen hij op driekwart onverwacht stilviel, had ik of over moeten nemen, of zelf aan moeten gaan, maar in ieder geval om moeten kijken. Alles kwam namelijk terug. Bij het counteren van een andere slotaanval werd ik aldus terecht overlopen in de sprint door de man die het gat in eerste instantie al sloeg. Gemiddeld: 40 km/u en max: 65,8 km/u.

Advertenties

Nedereindse Berg 20 oktober

Alhoewel de aarde niet meer warmer is geworden sinds 1997, leek het daar vandaag wel op. Na het koude natte weer van de afgelopen weken bleek het met 17 graden tijd voor een achtergestelde droge zachte nazomerdag. De eerste cyclocrossen zijn alweer verreden en aan het wielerseizoen komt binnen tien dagen een einde. Naast blubber en noppenbanden is een minder bekend kenmerk van veldrijden dat er normaal geen verzorging is toegestaan tijdens de koers. Met andere woorden: de renners worden geacht de cross uit te rijden met de voeding en drank die ze voor de start hebben genuttigd. No finish bottles.

Sinds de Romeinse tijd is het magnetische veld van de aarde met 35 procent in kracht afgenomen en laatst werd geopperd dat een zogenaamde ‘polar shift’ sneller verloopt en meer recentelijk is voorgekomen dan eerder gedacht. Wat mij zelf is opgevallen is dat de seizoenen iets verschoven lijken te zijn, waardoor de herfst warmer is en voor mij prima geschikt om te wielrennen. Bij het veel intensievere veldrijden zou ik nu ontploffen van de warmte. De cyclocrossprofs mogen daarom in warme omstandigheden, 20 graden, in ieder geval drank aannemen. Voeding kun je plannen, vochtverlies veel moeilijker.

Normaal rijd ik altijd met oranje powerranja. Laat ik net zoals vorige week eens alleen op water fietsen. De najaarskoersen op de Nedereindseberg duren nooit langer dan 75 minuten. Ben benieuwd. Het nadeel van sportsuikerwater is namelijk dat als je eraan begint, je continu moet blijven gebruiken, omdat je anders een dip krijgt. Mhm, niet slecht bedacht van de fabrikant en nog legaal ook. Ergens zal echter de streep getrokken moeten worden. Dat ongebreideld bijlenen in plaats van aflossen tot stilstand leidt, merken we nu allemaal. Het gevaar van roofbouw. Tijd voor Auping om in te stappen, de Tour win je in je bed.

Alles valt uiteindelijk ten prooi aan de zwaartekracht. Aan deze voorspelbaarheid kleven ook voordelen. Naast dat deze prima uit te rekenen is, is deze ook nog eens universeel en constant. De laatste weken heb ik de focus van wekelijkse trainingsuren verder verlegd naar wekelijks overwonnen eenheden zwaartekracht: KBN punten. Ingebed in mijn dagelijkse bezigheden beklim ik zo in Nijmegen elke week in kleine stukjes daglichtonafhankelijk het equivalent van een halve tot een hele Alpe d’Huez. Trainingsmaat Bram doet elke zeven dagen een derde tot een halve, met een tweede Stravaplaats op de Boterberg als resultaat.

Op de Nedereindseberg staan vandaag een stuk meer coureurs aan de start dan vorige week. Best een mooi peloton voor eind oktober. Sommigen hebben er zelfs al een cyclocrosstrainingswedstrijd opzitten. Er wordt onderlangs gekoerst, een uur en daarna afsprinten per categorie. Vanaf de Nedereindseplas staat nog dezelfde wind, die later draait naar de achterkant. Na het dichten van enkele gaten kom ik al relatief snel terecht in een kopgroep van vijf man. Het oversteken van de sterkste renner blijkt beslissend. Toch moet er hard gewerkt worden om echt weg te komen. Trappen dus.

Ik kies de stukken met tegenwind om mijn bijdrage te leveren aan het uitdiepen van het gat met de achtervolgers. De latere winnaar spoort zijn medevluchters aan. De voorsprong wordt groter, maar we zijn nog niet helemaal weg. Bij een aantal tempoversnellingen om definitief weg te komen valt de kopgroep uiteen en blijf ik met een renner uit de A en een renner uit de B categorie over. Als we weg blijven is laatstgenoemde zeker van winst. We blijven weg. Aan mijn limiet was ik niet meer bij machte om mijn sterkere cat. A vluchtgenoot nog partij te bieden in de sprint. Kopgroep, tweede plaats, zeer tevreden bij gemiddeld 42 km/u.

Nedereindse Berg 13 oktober

Ja, het is herfst, net zoals elk jaar. Dit betekent vroeg donker, maar ook koeler, waardoor je veel minder snel oververhit raakt. Ideaal is een temperatuur tussen de 11 en 18 graden. Dat is nu! Jawel, die halfjaarlijkse duisternis is op te lossen met straat- en fietsverlichting. Het afgegeven licht van de koplampen van passerende voertuigen kun je recyclen met reflectie. Wel zo duurzaam. Als je een veiligheidsvest tevens laat bedrukken met glitterletters verzorgt de ontvanger feitelijk zijn of haar eigen lichtreclame. De motivatie op peil houden kun je regelen door met zijn tweeën te trainen.

Vorige week stond nattigheid op het menu, waardoor ik die koers heb overgeslagen, terwijl deze achteraf droog was. Vandaag zou het volgens de voorspelling pas later op de middag gaan regenen. Toch kwam om half een het water al met bakken uit de hemel zeilen. De vrijwilligers van de Nedereindseberg waren trouw op hun post, maar waar waren de renners? Het zal toch niet? Gelukkig had de stortbui er na een half uur genoeg van, zodat een minipeloton van start kon voor een uur koers onderlangs (1400 m). Met arm- en beenstukken, ondershirt en herfsthandschoenen moest dit met 10 graden te doen zijn.

Na een rustige beginronde steeg het tempo langzaam. Met een paar renners is het altijd goed trainen, omdat je automatisch meer op kop komt. Eigenlijk was de situatie te vergelijken met het rijden in een kopgroep, alleen zonder druk van achteruit. Door de stevige wind voor en in de laatste bocht langs de Nedereindseplas, lag het zwaartepunt van de ronde daar. Geen klim vandaag. Toen ik in deze bocht zittend doortrok viel een gat met de overige renners. Aangekomen op het licht oplopende stuk na de finish bleek het gat groter geworden. Normaal val ik altijd terug in zo’n situatie.

Door de hogere snelheid in een groter peloton rijd ik meestal zwaarder 55×14 en 55×15, maar nu werd het 55×17 of 55×16. Het was zaak de boel niet onnodig op te blazen en tegelijkertijd te kijken waar het schip zou stranden. In het begin zette ik wel fors aan om het gat uit te diepen. De eerste ronden kon ik mijn achtervolgers nog zien, maar later reed ik zonder referentie. In je eentje heb je veel meer last van de wind dan in een groep, dus maakte ik werk van de aerodynamica. Ik rijd standaard met hoge velgen met platte spaken en een aerovork. Daarnaast draag ik een snelpak en windoverschoenen.

Deze setup kwam nu goed van pas. Na 20 minuten alleen rijden kreeg ik het lastig. Door veel te trainen op de onregelmatige hellingen van de Nijmeegse stuwwal, had ik wel voldoende handvatten om lastige stukken te dempen en eenvoudiger stukken uit te buiten. Zo ging ik steeds regelmatiger rijden waardoor de voorsprong toenam. Met 35 eenzame minuten op de klok zag ik de achtervolgers nu voor me. Dit ging ik niet meer afgeven en liep verder in. Na 50 minuten koers konden zij afsprinten en ik aan mijn laatste ronde beginnen. Gewonnen, met een gemiddelde van 38,2 km/u en een maximum van 47,0 km/u. Tweede “winst” dit jaar, maar mijn eerste ooit zonder frommelsprint.

Nedereindse Berg 22 september

De laatste reguliere zaterdagmiddagwedstrijd op de Nedereindseberg is een feit. Gelukkig wordt daar deze herfst gewoon doorgefietst, zodat ik ook in oktober en november wekelijks kan racen op de weg. Veldrijden heb ik geprobeerd, erg leuk, maar te technisch en veel benodigd materiaal. Een groot peloton aan de start waaronder een klein segment uit de A categorie.

Omdat een overtrekkende regenbui het parcours nat had achtergelaten werd afgesproken om de eerste ronden voorzichtig te rijden. Iedereen hield zich hieraan. Veel coureurs hadden arm- en beenstukken aan, goed idee. De stevige wind kende af en toe uitschieters, waardoor het achter op het parcours oppassen was in de bochten. Eenmaal werd mijn platte spaken wiel bijna gegrepen tijdens een bocht, *eek*!

Bijna de hele wedstrijd heb ik me bezig gehouden met het zonder aanzien des persoons achterhalen van uitlopers. Dit gebeurde meestal met een zogenaamde ‘jump’ of ‘sprong’. Het opgevoerde aantal (kbn) heuvelpunten per week heeft klaarblijkelijk geresulteerd in een toegenomen explosiviteit. Hiermee kan ik gedurende korte tijd extra vermogen genereren en staand versnellen op 55×12 of 55×11. Goed om te weten.

Als selectievoetballer was ik mandekker en blijkbaar is de ombouw niet helemaal geslaagd. Na het succesvol achterhalen van een aanvaller, bleef ik meestal in het wiel plakken. Zo heb ik bij veel aanvallers aangehaakt. Toch kan deze taktiek helpen als je later oversteekt naar een reeds ontstane kopgroep. Naarmate de koers vorderde werd de baan droger en ging het tempo omhoog, waardoor het peloton in twee stukken brak.

Na het afsprinten van het grootste deel van het overgebleven B peloton werd het met zeven overgebleven A renners tijd voor de finale. Tweemaal kon ik een forse uitlooppoging neutraliseren en bij de tweede bijhaalpoging vielen drie coureurs af. Met vier man de laatste ronde in. Na nog een laatste neutralisatie bereidde ik de sprint voor. Rustig de laatste bocht door en met een max van 69,3 km/u als vierde gefinished. Gemiddelde 40,3 km/u. Tevreden.

Breda Overa

Als sluitingskoers van het seizoen van de BWF is, ter gelegenheid van het jubileum van wielervereniging Avanti, een zes kilometer lange omloop gepland over prachtige slingerende veldwegen op de Brabantse zandgronden. Als er veel wind staat ontaarden dit soort koersen doorgaans in een slagveld. Vandaag geen windkracht, maar klimkracht. Het peloton werd geacht per ronde twee hoge viaducten te slechten, waarvan een behoorlijk steil. Het was, zoals een renner het tegen mij verwoordde, net Groesbeek.

Voor de start had ik het stijgend asfalt over de snelweg al zien liggen en besloot vooraan te gaan staan. Als eerste de bocht door, waarbij ik mijn hand uitstak.?., om daarna vol gas de helling aan te snijden. De meeste winst zat in het laatste minder steile deel, waar ik bijschakelde. Toen ik na de afdaling en de korte klinkerstrook met een bocht naar links, omkeek, zat er nog slechts een renner in mijn wiel. Deze nam over en we hebben gezamenlijk de hele eerste omloop vooruit gereden, waarbij ik het punt voor de leidersprijs aan hem liet.

Omdat twee man te weinig is om vooruit te blijven op een dergelijk parcours, hoopte ik op een overstekend groepje. Toen bleek dat het peloton behoorlijk werk maakte van de achtervolging, althans zo leek het, was de ontsnapping geen lang leven meer beschoren. Het geslagen gat was op zichzelf groot genoeg om uit te bouwen. Na ingelopen te zijn bleef ik nog even voorin, maar liet me daarna uitzakken om te kijken hoe er gereden werd. Dit bleek traditiegetrouw netjes, geen gewring. Een verademing. Dit nodigde uit om later weer naar voren te rijden.

Bij de aankondiging van een premieronde, reed ik op het eerste viaduct snel langs het peloton om voor de tweede keer te ontsnappen. De nieuwe 172,5 mm cranks (eerst 170 mm) draaiden goed en de kortere 11 cm stuurpen (eerst 12,5 cm) zorgde voor een comfortabele zit. Bij het ronden van een haakse bocht langs de snelweg verloor ik te veel snelheid. Toch maar optrekken. Ik werd ingelopen door drie man, die hun ontsnapping helaas niet doorzetten. Ze hadden er in ieder geval genoeg kwaliteiten voor. Was mooi geweest als ik daarbij aan had kunnen haken.

Bij het tweede viaduct trok ik nogmaals door om voorin te zitten voor de premiesprint. Ik dacht ten onrechte dat vijf premies te verdienen waren. Het aantal was vier en ik werd vijfde. Voortaan beter luisteren. Gewoonlijk valt het tempo even weg na zo’n sprint, nu niet, het ging een aantal ronden de lucht in. Een succesvolle ontsnapping leverde het echter niet op, waarschijnlijk door de afwezigheid van voldoende wind. In de laatste ronde slaagden drie coureurs wel weg te rijden van het peloton. Met nog een halve ronde te gaan had ik mij naar kop gewurmd.

Bij het proberen dicht te rijden van het gat bleek de koek op en plafonneerde ik, maar bleef wel voorin. Kreeg enkele andere uitlopers te pakken en draaide aan kop van het peloton het viaduct af het lange rechte deel naar de finish op. Meedoen aan een massasprint vind ik niks. Eens kijken hoe de aanloop als wagon bevalt. Met nog 600 meter te gaan hoorde ik “Rob naar links!”. Ik draaide weg en zag ze aan alle kanten langs schieten. Volgende keer langer meegaan. Wel nog als 25e gefinished van de 61 starters. Gemiddelde snelheid: 42,7 km/u. Ontsnapt en finale gereden, tevreden.

 

Open Kampioenschap van Utrecht

Op deze prachtige eerste najaarsdag is het parcours van de kunstmatige 18 meter hoge Nedereindseberg het decor voor het Open Kampioenschap van Utrecht, georganiseerd door UW&TC De Volharding. Er wordt gestart in drie klassen. Met mijn WFN Amateur A licentie mag ik aanschuiven in de A klasse bij de Elite, Beloften, Junioren en Amateurs voor een koers van 70 kilometer.

De roodblauwe pakken van de thuisvereniging zijn ruim aanwezig. De eerste ronde verloopt traditioneel rustig. Gezien het startveld verwacht ik een open koers met veel opeenvolgende aanvallen. Laat ik zelf dan maar beginnen. Zo rijd ik twee ronden alleen, voordat ik ingelopen wordt door het peloton. Na een bocht demarreer ik nog een keer alleen, ‘gewoon omdat het kan’, wat zoiets betekent als bij voorbaat kansloos.

Later spring ik een aantal keer mee met frequente uitlooppogingen, maar geen enkele houdt lang stand. Wanneer twee renners eindelijk ontsnappen en een behoorlijk eind uitlopen volgt een lange achtervolging op hoge snelheid. Gelukkig kan ik relatief eenvoudig volgen en de koplopers worden ingerekend. Oppassen nu, de beslissende ontsnapping staat nu waarschijnlijk op stapel. Een breuk wil ik bijzitten een kopgroep niet.

Als de voorste vijf coureurs tegen de heuveltop ongenadig versnellen blijf ik te lang in het wiel van de zesde renner die vertraagt. Had beter moeten opletten. De kopgroep van vijf en later vier met de latere winnaar trok vol door. De vraag is wel of ik er aan had weten te blijven bungelen, overnemen nauwelijks, maar dat had ik dus te weten kunnen komen. Een serieuze achtervolging kwam nooit op gang. Fietsen voor plaats vijf dus.

Vanuit het peloton vonden diverse felle uitvalpogingen plaats, waarvan ik een deel staand op 55×11 kon neutraliseren. Dat ging dan wel weer goed. De Prins Interval en LoperKoning trainingen hebben een hoog rendement op dit parcours. Op de helling kwam ik nooit in de problemen. In de laatste ronde moest ik mij op deze klim vlak langs een renner wurmen, maar het ging goed. Toch niet meer doen. Trok de sprint van de achtervolgers aan. Met een topsnelheid van 69 km/u kwamen er slechts twee langs, 7e plaats van de 17 starters.

Ronde van Bemmel

Das wat, heen en weer fiets gejat. Mijn brave roodbruine Corano Cross Tigre cyclocross frame pleite. De hele zaterdag bezig geweest om op basis van een VT340 een nieuwe te fabriceren. Vrijdagavond alle fietsen in de binnenstad gecheckt tot aan alle plaatsen waar je maar beter niet kunt komen toe. Het nadeel van de singlespeed rage, waardoor deze frames ineens gewild zijn. Vandaag strak in het regenpak de koersfiets naar Bemmel genomen voor de Ronde van, georganiseerd door TWC ‘t Verzetje.

Vorig jaar eindigden de 75 kilometers van dit criterium in een waterballet, terwijl ze dit jaar zo begonnen. Omdat ik de vorige editie had uitgereden, besloot ik dit jaar te starten. Ondanks mijn betere opstelmogelijkheden, koos ik ervoor achteraan plaats te nemen in het dertigkoppige peloton. Tijdens de verkenning had ik gezien dat het 1250 meter lange parcours brandschoon was, maar de laatste overhaakse klinkerasfalt bocht onvermijdelijk glad.

Toch werd de koers hard op gang getrokken door coureurs die daar blijkbaar prima mee om kunnen gaan. Petje af, helm op. Vanuit het laatste wiel zag ik al in de openingsfase echter ook niet bang uitgevallen renners, bang uitvallen. Mhm, dit belooft wat, doorrijden? Ja, maar de glibberbochten neem ik mooi op mijn eigen tempo. De eerste ontstane gaten van uitstappende opstappers kon ik nog dichten. Pas toen er vier renners voor mij tegelijkertijd stopten met trappen was ik het haasje.

Op een lager tempo doorrijden zagen ze niet zitten, dus kon ik mijn weg alleen vervolgen. Zo kon het dat ik nog 20 minuten alleen heb rondgereden, voordat ik gedubbeld werd door het fors uitgedunde peloton. Wringen werd voor de was bewaard, er werd keurig gekoerst. Door het knip en aanplakwerk kreeg ik aan het eind van de rit, niet alleen mijn WFN licentie terug, maar ook nog de prijs voor de 20e plaats. Op mijn teller zag ik een maximumsnelheid van 66,1 km/u staan, gemiddeld 41,1 km/u.